Mali’s levende jukebox speelt weer

Mali’s legendarische band Les Ambassadeurs komt zondag na dertig jaar weer samen in Hertme, Twente. Met Salif Keita, de ‘gouden strot van Afrika’.

Dit weekeinde vindt een reünie van muziekhistorisch belang plaats in het Twentse dorpje Hertme. Tijdens het Afrikafestival komt Les Ambassadeurs weer samen, de band die het geluid van West-Afrika exporteerde en blijvend veranderde.

Op één podium staan zondag twaalf topmuzikanten, onder wie Salif Keita, Cheick Tidiane Seck en Amadou Bagayoko van het duo Amadou & Mariam. Allemaal muzikanten met een gevierde solocarrière, maar ze begonnen bij Les Ambassadeurs, de allstar-groep van West-Afrika, nauw verweven met foute machthebbers. De regio die nu geplaagd wordt door oorlog en extremisme was in 1970, toen Les Ambassadeurs begon, nog vol hoop.

Tien jaar na de onafhankelijkheid was Mali herstellende van een militaire coup. De schietgrage luitenant Tiékoro Bagayoko wilde graag zijn eigen band om hem te vermaken in zijn hotel. Les Ambassadeurs du Motel de Bamako werd een levende jukebox die moeiteloos jazz, salsa, rock-’n-roll of zo nodig Chinese songs speelde. De avonden in het staatshotel stroomden over van Malinees optimisme en kosmopolitisme. Wanneer de luitenant het op zijn heupen kreeg, vuurde hij met pistoolschoten de dansvloer leeg.

Maar Les Ambassadeurs was ook een creatieve vriendengroep die een enorme impuls kreeg door de komst van een uitzonderlijke zanger: Salif Keita, de ‘gouden strot’ van Afrika. Hij werd in 1973 weggekocht van de rivaliserende band van de nationale spoorwegen. Zoals biograaf Andy Morgan schrijft: „Alsof Mick Jagger in 1964 bij The Beatles gaat spelen.”

Keita is meer dan een zanger. Hij is van nobele komaf, volgens het Malinese kastensysteem zou hij niet eens mogen zingen maar bezongen moeten worden. Hij is bovendien albino en daarmee een outcast in West-Afrika. Keita zorgde ervoor dat de eeuwenoude zang van de griotten mengde met jazz en salsa, maar ook met de muzikanten waar de Malinese jeugd naar luisterde: James Brown, Otis Redding, Jimi Hendrix.

De machthebbers blijven een vreemde rol spelen bij Les Ambassadeurs. Mandjou, een van hun grootste hits, is een lofzang voor Ahmed Sékou Touré, de tirannieke president van Guinnee. Wanneer luitenant Bagayoko in 1978 naar een strafkamp wordt gestuurd, verliest de band zijn beschermheer en vluchten de leden naar Ivoorkust. Het album dat ze daar opnemen is de opmaat naar een intercontinentale doorbraak. Ze spelen in Amerika en in Europa, en vinden aansluiting bij de groeiende blanke interesse voor Afrikaanse muziek.

Tegelijk begint de nadruk op het erfgoed van de griotten wat ouderwets te klinken en ontstaat er een scheur in de vriendengroep. In 1985 houdt de band op te bestaan. Keita wordt een superster, en ook de zes andere originele leden bouwen aan hun solocarrières.

Nu, dertig jaar later, hangt de Malinese vlag er anders bij. Van het optimisme waarmee Les Ambassadeurs groot werd is weinig over. De sociaal bewogen teksten van hun oude liedjes over onderwijs, vrede en volksgezondheid zijn nog steeds actueel, of door de oorlog zelfs actueler dan ooit. Voor deze reünie oefenden ze op het eiland van Keita in Bamako. Maar de eerste optredens zijn in Europa, waar het veilig is.