Liever helse tocht naar VS dan leven met bendes

De VS slaan alarm over migratie van kinderen uit Midden-Amerika. Maar hoe kun je blijven, als bendes je afpersen?

Sommige jongeren vallen van de trein naar de VS af, anderen worden er afgesleurd door kidnappers en afpersers. Foto AP

De kinderen uit Guatemala, Honduras en El Salvador die deze zomer met duizenden tegelijk de Verenigde Staten proberen binnen te komen, hebben een verschrikkelijke reis achter de rug. Ze zijn door jungle en woestijn getrokken en hebben rivieren overgezwommen. Ze zijn afgeperst, belaagd en soms verkracht door bandieten, mensensmokkelaars (coyotes), grenswachten en politiemensen. Velen hebben dagen bovenop ‘La Bestia’ gereden, een verzamelnaam voor het netwerk aan vrachttreinen dat Mexico doorsnijdt. Ze liepen het risico van deze ‘treinen des doods’ af te vallen, eronder te komen, of eraf gesleurd te worden en dan gekidnapt of afgeperst.

In de VS slaat de grenswacht alarm over het aantal Latijns-Amerikaanse jongeren en alleenstaande kinderen dat het land in probeert te komen. Dit jaar zijn al 60.000 kinderen de grens overgestoken, tegen 6.000 in 2011. Verwacht wordt dat de golf aanzwelt tot 130.000 in 2015. Ook naar andere landen zwermen de kinderen uit. VN-organisatie UNHCR wijst op een sterke toename van burgers uit El Salvador, Honduras en Guatemala, onder wie veel kinderen, die asiel aanvragen in Mexico, Panama en Nicaragua.

Woensdag kondigde president Obama een campagne aan om ouders in Latijns-Amerika te wijzen op de gevaren van de reis. „Stuur je kinderen niet naar de grenzen. Als ze het redden, worden ze teruggestuurd. Belangrijker: ze halen het waarschijnlijk niet,” zei hij.

Maar de kinderen zullen blijven komen, en niet alleen omdat een van hun ouders vaak al in de VS is. De reis mag dan moeilijk zijn, thuisblijven is simpelweg onmogelijk geworden. „Zulke kinderen hebben twee opties: vluchten, of gerekruteerd worden door de bendes”, zegt Elizabeth Kennedy, een Amerikaanse onderzoekster die met gevluchte kinderen werkte en voor haar promotieonderzoek ruim driehonderd kinderen interviewde over hun migratie. „Honduras, El Salvador en Guatemala zijn geen plekken meer voor kinderen”, zegt ze aan de telefoon vanuit San Salvador. „Het moordcijfer in Honduras is 90,4 op de 100.000 inwoners. Alleen dat van Syrië is hoger.”

Angst voor drugsbendes

Kennedy schetst het leven van de kinderen die ze spreekt. Vrijwel allemaal hebben ze familie in de VS. De zuigkracht van dat beloofde land is groot. Velen komen uit gebroken gezinnen, vaak omdat één van hun ouders in de VS werkt – 20 procent van de inkomsten van Honduras is geld dat migranten naar huis sturen. Er is niet altijd genoeg te eten; de helft van de Guatemalteekse kinderen is ondervoed, 17 procent leeft in extreme armoede.

Maar de dominante factor is angst voor de bendes. Veel plattelandsgebieden en de meeste arme stadswijken zijn het territorium van bendes. Lokale bendes, maras in de steden, internationaal werkende drugskartels aan grenzen en op andere strategische plaatsen, en transportistas of smokkelaars op het platteland. Vooral de maras zijn uit op absolute macht. Wie weigert mee te doen of zich afzijdig houdt, wordt bedreigd, afgeperst of vermoord. Weigeren is: niet willen meegaan met een bendelid als je een meisje bent, niet willen meedoen met een bende als je een jongen bent.

„De kinderen leven in angst,” zegt Kennedy. „Ze hebben allemaal geweld gezien, vaak zelfs een moord. Als ze naar school gaan, staan de bendeleden voor de deur. Soms zijn bendeleden ook binnen en doet de leraar mee aan rekrutering. Dus kunnen ze niet meer naar school. Sommige kinderen durven het huis niet meer uit.”

Het drugsgeweld is in Midden-Amerika sterk verhevigd. In 2006 begon de toenmalige Mexicaanse president Felipe Calderón met Amerikaanse hulp een oorlog tegen de kartels in zijn land, die vervolgens versplinterden, onderling begonnen te vechten en naar het zuiden uitweken. In Mexico zijn sommige regio’s onleefbaar geworden. Daarvandaan vluchten kinderen en volwassenen in nog gotere getale naar de VS, maar anders dan kinderen uit Midden-Amerika worden zij meteen teruggestuurd. Vaak proberen ze het opnieuw.

De fragiele staten Honduras, El Salvador en Guatemala zijn slecht bestand tegen de rijke, goed georganiseerde en zwaar bewapende Mexicaanse kartels. Die strijden om controle van routes en stadswijken met plaatselijke bendes, de maras.

Ontheemdingcrisis

De maras ontstonden toen de VS in 1996 begonnen met het uitzetten van vooral Salvadorianen die naar de VS gevlucht waren tijdens de burgeroorlog (1980-1992) en terecht waren gekomen in de Californische straatbendes. Tussen 2000 en 2004 werden meer dan 20.000 bendeleden naar Midden- Amerika uitgezet.

„In het verstedelijkte El Salvador zijn de maras nog steeds het meest prominent,” zegt David Cantor, hoogleraar vluchtelingenrecht aan de Universiteit van Londen en expert op het gebied van ontheemding in Midden-Amerika. „Maar je ziet de Mexicanen daar nu vaker. Ook in Honduras neemt het bendegeweld in de steden toe. Guatemala is anders; daar gaat het om intense armoede op het platteland en geweld van smokkelaars.”

Oorzaak van het groeiende geweld is volgens Cantor het feit dat ook de regeringen van Midden-Amerika hun toevlucht namen tot de Mano Dura of ‘ijzeren vuist’-aanpak, die bendes versplintert en gewelddadiger maakt. „Afpersing, niet van winkels maar van huishoudens, is bijvoorbeeld enorm toegenomen, ook een reden dat mensen op de vlucht slaan.”

Volgens Cantor speelt economische malaise maar een beperkte rol bij de beslissing op de vlucht te slaan: „Neem San Pedro in Honduras, waar de meeste door de VS geregistreerde kinderen afgelopen half jaar vandaan kwamen. Dat is de stad met de meeste fabrieken, dus het is niet zo dat daar geen economische mogelijkheden zijn. Het zijn de bendes die zich daar genesteld hebben.”

De kinderen zijn niet de enigen die vluchten Maar zij vestigen nu de aandacht op wat Cantor de „ontheemdingscrisis” van Midden-Amerika noemt. „Langzaam beginnen de regeringen van Midden- Amerika te erkennen dat ze te kampen hebben met een nieuw soort crisis: van grootschalig geweld en ontheemding. Honduras is geen Somalië, maar het heeft wel internationale hulp nodig bij het bestrijden van deze humanitaire crisis.”

Voor oplossingen kijkt Elizabeth Kennedy vooral naar de VS, al was het maar omdat 86 procent van de daar geconsumeerde cocaïne het land in komt via Mexico en Centraal Amerika. „De regering-Obama wil kinderen uit Midden-Amerika ook meteen terug kunnen sturen, zoals dat met kinderen uit Mexico gebeurt. Maar de landen van Midden-Amerika moeten dat weigeren, en de VS moeten ophouden deze mensen als gelukszoekers neer te zetten. Het zijn vluchtelingen.

„Bovendien gaat het om getraumatiseerde kinderen die psychologische hulp nodig hebben. Zet je ze vast en stuur je ze terug, dan maak je dezelfde fout als met de maras in de jaren negentig. Je draagt bij aan toekomstig geweld en nieuwe vluchtelingen.”