Column

Lastige dame

Na enkele ontspannen dagen aan zee namen we de trein terug naar huis. Op een tussenstation maakte ik een onvergefelijke fout door het weekblad Vrij Nederland te kopen, omdat het een interview met PvdA-leider Diederik Samsom bevatte. Ik las het, gaf het mijn vrouw, een van Samsoms altijd zo loyaal mogelijke onderdanen, en zei: „Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.”

„Er staat eigenlijk niets in”, zei ze even later, „behalve dat hij het zo geweldig vindt om met de VVD aan ‘het grote project’ te werken. Heeft hij wel in de gaten wat er achter zijn rug gebeurt? Dat de halve achterban ontevreden is en het voor gezien houdt? Het lijkt wel alsof hij zich helemaal afsluit voor kritiek. En wat me ook niet aanstaat: dat hij zo makkelijk praat over opgestapte fractieleden, zo van: als het je niet bevalt, donder je maar op.”

Ik luisterde verbaasd. Was dit niet wat wij vroeger in militaire dienst insubordinatie noemden? (De jongere lezers verwijs ik naar Van Dale.) „Mag ik je quoten?”, vroeg ik nog voor de zekerheid, zoals je als journalist ook doet met autoriteiten met wie je een informeel gesprek hebt. „Het moet maar”, zei ze.

Ik constateerde een plotseling ingevallen gemoedstoestand van teleurstelling en opstandigheid die ik niet van haar gewend was, en betreurde de impulsieve aankoop van het blad. Als iemand eenmaal in een mentale dip is beland, krijg je hem er niet gemakkelijk meer uit. Was er niet een of andere leuke, aan de PvdA gerelateerde anekdote waarmee ik haar kon opbeuren? Vergeefs groef ik in mijn geheugen.

Door een heikel onderwerp zoveel mogelijk te mijden, kan de huiselijke situatie weer beheersbaar worden, maar helaas wilde de PvdA daar ditmaal niet aan meewerken. Het dieptepunt werd woensdag bereikt toen ik mijn geliefde middagkrant (die bij mij pas in de avonduren bezorgd wordt) uit de bus trok. Twee koppen domineerden de voorpagina: „Crisis in PvdA door ‘lethargie’”’ en „Wouter Bos: Vogelaar te veel op hand van corporaties”.

Ik aarzelde even. Zou ik de krant snel verdonkeremanen met de smoes dat hij dit keer ook in de avonduren niet bezorgd was? Ik verwierp die mogelijkheid als een ontoelaatbare vorm van censuur. Welke columnist kon zich zoiets veroorloven? Het leven was nu eenmaal hard en het politieke leven zelfs ronduit wreed. Hoe zeiden ze het ook weer in die kringen? Wie niet tegen de hitte kon, moest niet in de keuken…? Zoiets.

Ik gaf haar dus met een zo neutraal mogelijk gezicht de krant. Het bleef een minuut of vijf doodstil. Toen hoorde ik een verzuchting die zo spontaan loskwam dat ik haar ook zonder toestemming durf te quoten: „Tsja, zo is het.”

„Wat bedoel je?”, vroeg ik voorzichtig. „Nou”, zei ze, „wat ex-partijvoorzitter Ruud Koole zegt: dat de partij in een electorale put zit die misschien wel erger is dan in 2002 toen onder Melkert bijna de helft van de Kamerzetels werd verspeeld. Het is goed dat iemand met zijn gezag dat durft te zeggen. De PvdA is een soort VVD light geworden en wordt daardoor opgevreten door de SP.” „Moet Samsom blijven?”, vroeg ik nog. „Van mij mag hij gaan”, zei ze, „als hij zó doorgaat.”

Hier moet ik het bij laten. Het wordt tijd dit PvdA-lid tegen zichzelf te beschermen. Ella Vogelaar werd naar eigen zeggen door Wouter Bos uit de regering gegooid onder het motto: „Lozen, die lastige dame.”

Zo’n soort lot wil je je eigen vrouw besparen.