Koude start van Petro Porosjenko

Als de wapens zwijgen, gaan Kiev en de Donbass onderhandelen. President Porosjenko moet na een maand al steeds meer laveren.

President Petro Porosjenko bezoekt een militair die gewond raakte bij de strijd in Oost-Oekraïne Foto Reuters

De druk op president Petro Porosjenko wordt ondraaglijk. In Oekraïne wordt het komende dagen buigen of barsten. Een dag voordat er in de Donbass weer een wapenstilstand van kracht moet worden om onderhandelingen mogelijk te maken, bemoeien alle belangrijke ambtgenoten zich ermee. Vandaag zocht Poetin toenadering tot Obama. Gisteren voerden Merkel en Hollande de pressie op omdat ze koste wat koste een bestand willen. In Kiev beloofde de nieuwe minister van Defensie intussen Sevastopol te heroveren.

Nee, wittebroodsweken zijn de nieuwe Oekraïense president niet gegund. In de eerste maand sinds zijn inauguratie in Kiev is Porosjenko gedwongen op alle borden tegelijkertijd te spelen. Hij moet de steun zoeken bij Europa en Amerika, maar niet alle bruggen naar Rusland ophalen. Hij dient de Russisch-talige burgers een hand te reiken zonder dat de nationalisten in hem een defaitist zien.

Toen Porosjenko vier weken terug in het parlement symbolisch werd uitgerust met de boelava (presidentiële scepter) ging hij meteen in de aanval: zowel in de Donbass als op politiek vlak. Met zijn offensief tegen de separatistische ‘landstorm’ van de volksrepublieken Loegansk en Donetsk gaf hij de ‘anti-terroristische operatie’ voor het eerst kracht. Dat kon Porosjenko zich veroorloven omdat hij op 25 mei gekozen was met 55 procent van de stemmen bij een opkomst van circa 61 procent.

Dit offensief tegen de ‘terroristen’ ging gepaard met een vredesvoorstel dat later uitmondde in een vijftien-puntenplan. Met iedere separatist die de wapens neerlegt en de eenheid van de staat Oekraïne erkent, is Porosenko bereid te praten. Milities die tijdens een wapenstilstand wilden uitwijken, konden een vluchtroute naar Rusland krijgen. Hij heeft de Donbass politiek ook wat te bieden. Zoals: een vergaande bestuurlijke decentralisatie, culturele autonomie en een met EU-geld gefinancierd banenplan om de sanering van de onrendabele kolen- en staalindustrie te compenseren.

De noodzakelijke grondwetswijziging om dit plan mogelijk te maken, is gisteren door een meerderheid van de Verchovna Rada op de agenda gezet.

Even belangrijk was het thuisfront in Kiev. Porosjenko benoemde op sleutelfuncties nieuwe mensen. Een belangrijke politieke steunpilaar is oud-minister Joeri Loetsenko van de politieke beweging Derde Republiek. Minister Andrej Desjtsjistja van Buitenlandse Zaken werd na een scheldkanonnade tegen de „lul” Poetin vervangen door Pavel Klimkin, de ambassadeur in Duitsland. Klimkin is een representant van de Oekraïense paradox. De 46-jarige carrièrediplomaat is een Rus qua afkomst en is bovendien geboren in het Sovjet/Russische Koersk.

Gisteren werd deze functie-estafette voorlopig afgesloten met de benoeming van Valeri Geletej tot minister van Defensie. De 46-jarige brigadegeneraal is al de vierde bewindsman sinds de omwenteling van ruim vier maanden geleden. De onrust zegt iets over de staat van de Oekraïense krijgsmacht: die is beroerd.

Die povere gevechtskracht is een erfenis van het ancien régime van Janoekovitsj, maar wordt sinds kort op het conto van het nieuwe staatshoofd geschreven. Zondag demonstreerde een groepje burgers tegen een wapenstilstand in de Donbass.

In al zijn toespraken – zoals maandag toen hij het volk meldde dat hij de wapens weer had laten opnemen omdat rebellen het bestand ongeveer 200 keer hadden geschonden – roept president Porosjenko op tot eenheid. Maar in het parlement is daar na een maand weinig sprake van. De verslagen en leeggelopen fracties van de Partij der Regio’s en communisten, ten tijde van Janoekovitsj aan de macht, liggen dwars.

En binnen de coalitie die de regering van premier Arsen Jatsenjoek steunt, nemen de spanningen eerder toe dan af. De uitslag van de presidentsverkiezingen heeft wonden geslagen bij de gematigde Vaderlandpartij van Joelia Timosjenko (tweede in de race met slechts 12,8 procent) en ook de rechts-nationalistische partij Vrijheid van Oleg Tjagnibok (1,16 procent). Beide partijleiders zien op tegen twee jaar vervroegde parlementsverkiezingen die Porosjenko heeft aangekondigd voor dit najaar.

Ze vrezen dat de presidentiële adviseur Loetsenko in staat is een politiek apparaat op te bouwen voor Porosjenko. Samen met bondgenoot Vitali Klitsjko, nu vier weken burgemeester van Kiev, kan hij zo een machtsfactor in het nieuwe parlement worden ten koste van de oude partijen.

Deze strijd om de posities in de nieuwe volksvertegenwoordiging leidt er toe dat er wordt getalmd met de ontbinding van de Verchovna Rada en het prikken van een verkiezingsdatum in oktober. Een van de consequenties is dat er ook voor de Donbass nog geen lokale verkiezingen zijn uitgeschreven, cruciaal om de angel uit het gewelddadige verzet tegen de regering in Kiev te halen.

Het meest succesvol is Porosjenko in zijn buitenlandse politiek. Het ondertekenen van het associatieverdrag met de EU een week geleden in Brussel was niet alleen wraak op Janoekovitsj, maar bood Kiev ook dekking richting Moskou. Porosjenko voelt zich door die politiek-economische steun gesterkt een hardere lijn te kiezen.

Maar dat kan hij niet onbeperkt blijven doen. Zonder Rusland is zijn presidentschap kansloos. In die zin is Porosjenko al na vier weken een klassiek Oekraïens staatshoofd. Hij moet blijven laveren.