Kiesdrempel voor racisten in EU-parlement is dé remedie

Slechte zaak, dat rechts-extremisme, meent Frank-Walter Steinmeier.

De EU-verkiezingen hebben laten zien dat de burgers van Europa geïnteresseerd zijn in het Europese project. De opkomststijging in enkele lidstaten, in Duitsland met bijna vijf procent, is een trendwisseling. In de EU als geheel is de verkiezingsdeelname na decennia van teruggang nu gestabiliseerd. Maar er zijn ook kritieke ontwikkelingen die we niet over het hoofd mogen zien.

Dat zo veel rechts-extreme afgevaardigden zich in het nieuwe parlement nestelen, daarover maak ik mij grote zorgen. Bijna tien procent van de mandaten uit meer dan tien EU-landen valt partijen ten deel die zich openlijk tegen het vrije verkeer van personen en de rechten van minderheden verzetten. Populistische partijen die de Europese integratie afwijzen, hebben meer mandaten gekregen dan ooit tevoren. De schokgolf die door de verkiezingsuitslag is veroorzaakt, is sinds 25 mei in heel Europa voelbaar.

Openlijk rechts-extremistische partijen hebben een zetel en stem in het nieuwe parlement. Dat de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) een plaatsbewijs richting Straatsburg en Brussel heeft gekregen is beschamend. Na het wegvallen van de kiesdrempel van drie procent waartoe het Bundesverfassungsgericht, het federale constitutionele hof in Karlsruhe, had besloten, maken uit Duitsland splinterpartijen zonder serieus politiek programma hun entree in het Europees Parlement. Het zakelijke werk van het parlement tegen de weerstand van extremisten en populisten in, wordt er door het grote aantal piepkleine groeperingen niet makkelijker op. De redenen voor het verkiezingssucces van partijen die vijandig tegenover vreemdelingen staan, verschillen van land tot land. Een rol spelen zeker de gevolgen van de financiële en economische crisis, die vooral het zuiden van Europa hard heeft getroffen. Europa is daar voor velen, juist voor jonge mensen, niet meer de belofte op een beter leven, maar wordt eerder als bedreiging gezien. De werkloosheid die in vele landen drastisch gestegen is – juist het onverdraaglijk hoge niveau van de jeugdwerkloosheid in Spanje en Griekenland – doet velen twijfelen aan de bestaande politieke verhoudingen en verleidt ertoe eurosceptische en ook extremistische partijen te kiezen. De hervormingsprocessen hebben sociale onbillijkheden meegebracht en hierop reageren de kiezers in het stemlokaal.

Nu het dieptepunt van de crisis achter ons ligt en groei en ontwikkeling weer te bespeuren zijn, moeten we aan de verwachtingen van de mensen tegemoet komen: nieuwe groei stimuleren, banen scheppen, perspectieven te bieden. Het is goed dat daarover in de EU overeenstemming bestaat. De beoogde president van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker krijgt voor het stimuleren van groei en het creëren van banen een sterk mandaat mee.

Als ons dat lukt, zal dit de voedingsbodem aan extremistische partijen onttrekken. Dat is niet genoeg: we moeten ook de populisten en extremisten in het Europese Parlement het hoofd bieden en hun duidelijk de grenzen laten zien. Uitbarstingen van vreemdelingenhaat, racisme en antisemitisme moeten in het Europese Parlement resoluut worden afgewezen – in de plenaire vergaderingen, in de commissies en in het openbaar.

Ik ben van mening, dat een binnen het Europese Parlement nieuw op te richten commissie tegen racisme en antisemitisme een goed antwoord zou zijn op extremisme van links en rechts. Dat zou de geschikte plek zijn om niet alleen zo nu en dan, maar regelmatig de uitdaging van vreemdelingenhaat, antisemitisme en extremisme voor ons Europese waardestelsel aan te pakken, en daarop duidelijke antwoorden te geven.

Ik pleit ook voor de invoering van een gezamenlijke Europese kiesdrempel om in het Europese Parlement zitting te kunnen nemen. Want ik zie niet in hoe kleine splinterpartijen de representativiteit van het politieke spectrum van een land vergroten. In veel landen bestaat een nationale kiesdrempel om in het Europese Parlement zitting te kunnen nemen. Het zou een belangrijke stap zijn om dat voor de EU uniform te regelen.

Op die manier kunnen wij de Europese democratie en de legitimiteit van het Europese Parlement versterken. De strijd tegen vreemdelingenhaat en racisme zijn belangrijke taken voor de Europese politiek. Het gaat om de verdediging van Europese waarden: respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid, democratie en de bescherming van minderheden.