Hoe weet je nou welke Piet aanvaardbaar is?

Burgemeester Van der Laan hield onvoldoende rekening met mensen die zich gekwetst voelen door Zwarte Piet. Dat heeft de rechtbank Amsterdam gisteren bepaald. Hoe hij het dan wel had moeten doen, hebben de rechters niet gezegd

Kan een burgemeester officieel besluiten wanneer Zwarte Piet nog net wel of net niet racistisch is? Burgemeester Eberhard van der Laan heeft zes weken om het antwoord te vinden.

De rechtbank Amsterdam oordeelde gisteren dat Van der Laan „onzorgvuldig” heeft gehandeld bij het verlenen van de vergunning voor de intocht van Sinterklaas vorig jaar. Van der Laan heeft onvoldoende afgewogen of de figuur van Zwarte Piet – een ‘racistisch stereotype’ volgens de rechtbank – een zodanige „inbreuk op het privéleven van zwarte mensen” zou zijn, dat hij voorwaarden over deze figuur in de vergunning had moeten opnemen. Bijvoorbeeld de eis dat er ook pieten zouden komen met steil haar, of rijdend op een paard. Dat was vorig jaar bij de intocht al zo, maar het stond niet als voorwaarde in de vergunning.

Ondoordachte uitspraak

Juristen zijn verdeeld over het oordeel van de rechtbank. Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vindt het „geen goed doordachte uitspraak”. „In ons staatsbestel mag de burgemeester zich juist niet uitlaten over de inhoud van evenementen of demonstraties waarvoor hij een vergunning moet verlenen. Hij dient louter te oordelen of die op gespannen voet staan met de openbare orde – en dat is volgens de rechtbank hier niet aan de orde.”

De bestuursrechter geeft geen aanwijzingen hoe Van der Laan dan wel had moeten beslissen. Hij zegt enkel dat Van der Laan de belangen onvoldoende tegenover elkaar heeft afgewogen. De rechter heeft de vergunning vernietigd en nu komt die weer bij de burgemeester terecht.

Gek, zegt Schilder. Het is bij uitstek een taak voor de onafhankelijke rechter om een afweging te maken tussen twee botsende belangen, vrijheid van meningsuiting en dat van het ongestoorde privéleven, volgens hem. Doordat de rechters die afweging zelf niet hebben gemaakt, dwingen ze de overheid, de burgemeester, in de rol van zedenmeester. „En op basis van welke regels moet hij nu besluiten welke Piet aanvaardbaar is?”

Hoe moet het dan wel?

Volgens advocaat Jan van der Grinten van Kennedy Van der Laan moet de burgemeester zich hiervoor verdiepen in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is hetzelfde artikel waarop de anti-Pietactivisten zich gisteren met succes hebben beroepen. Lid 2 van dit artikel somt limitatief de gronden op waarop de overheid een inbreuk mag maken op het privéleven van de EU-burgers. Veiligheid hoort daarbij, gezondheid en goede zeden.

Maar de burgemeester kan ook de bescherming van de rechten van andere burgers aanvoeren als hij besluit wel een vergunning te verlenen voor de traditionele intocht van Sint en Piet, zegt Van der Grinten. Hoe hij die belangenafweging ‘goed’ doet, blijft lastig volgens de in bestuursrecht gespecialiseerde advocaat. „Is er wel een Zwarte Piet mogelijk die iedereen bevalt?”

Het is lastig, zegt Jan Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, maar hij zal die afweging toch moeten maken. Brouwer denkt dat hij „een van de weinigen” is die deze „zeer zorgvuldig opgebouwde” uitspraak verwelkomen. „Dit is de tol die we voor ons koloniale verleden betalen. Tolerantie is een van de grootste rechtsgoederen.”

Over één ding zijn de juristen het eens. Het vonnis schept een precedent voor degenen die zich beklagen over een ernstige inbreuk op hun privéleven. De bevindelijke christen kan zijn pijlen nu richten op de opzichtige homo’s in de Gay Pride, de orthodoxe moslim kan bezwaar maken tegen een liederlijk festival.

De Amsterdamse burgemeester Van der Laan schreef vorig jaar een brief aan de gemeenteraad waarin hij onderstreepte dat een oordeel over de traditie van het Sinterklaasfeest „geen bestuurlijke kwestie is of zou moeten zijn”. Daar moet hij door dit vonnis nu op terugkomen. Hij schreef in dezelfde brief: „Iedere partij in deze discussie, dat zijn in beginsel bijna 17 miljoen mensen, heeft respectabele belangen.”