Halbe Zijlstra bedoelt ‘zoek het zelf maar uit’

Het restaurant zat in een voormalig bankgebouw dat niet al te veel is omgebouwd, zoals al jarenlang de mode is. Originele kantoortegeltjes, licht industriële ruimte. Geen dure tafels en stoelen, geen wit damast – papieren kleedjes en formica stoelen. Ik zag een heleboel dingen die ik moeiteloos als ‘van nu’ kon herkennen. De bezoekers ruim boven de dertig, met een goede vertegenwoordiging van de bijdetijdse wat oudere. Ik keek de zaal in en vroeg me af of ik aan de mensen kon zien wat ze zo ‘van nu’ maakte. Of ik over twintig jaar een foto van dit publiek ‘typisch jaren tien’ zou vinden, en waar ik dat dan aan zou zien.

Nog niet eens heel makkelijk.

Je ziet van alles – een kapsel, schoenen, handgebaartjes – maar omdat je er zelf ook onderdeel van bent, met je eigen kapsel, ketting, handgebaartjes, zie je ook niet alles. Zo’n blik door zo’n restaurant is een soort uitbeelding van de blinde vlek. Die we allemaal hebben natuurlijk. (Het zou intellectueel uiterst verdacht zijn om te beweren: ‘ik niet’).

Toen dacht ik aan Halbe Zijlstra.

Ja. Dat was niet prettig, maar het overkomt me de laatste dagen voortdurend, sinds dat interview met hem in de zaterdagkrant. Soms verslik me dan in mijn doperwtjes.

Halbe Zijlstra wil graag het hele land hervormen naar zijn ideeën zegt hij. Dat wisten we natuurlijk al. En wat die ideeën behelzen weten we ook al: minder zorgzaamheid, meer marktwerking en ‘private partijen’. Al een jaar of twintig probeert men ons in toenemende mate te laten geloven dat ‘private partijen’ en ‘markten’ dan wel ‘de markt’ het aller allerbeste met ons voorhebben. Uit eigenbelang. Want de markt is het enige tovermechanisme dat geen controle nodig heeft, daar gaat alles vanzelf goed. Uit ‘welbegrepen’ eigenbelang.

Ik zal maar niet zeggen wat zo evident is dat zelfs de meest fanatieke gelovige het nu toch moet zien: dat eigenbelang is niet het belang van een ander.

Dus nu zijn die gelovigen uit een ander vaatje gaan tappen. Ze praten over ‘eigen kracht aanspreken’, zelfstandiger maken, vrijheid teruggeven. Dat zijn de nieuwe formules voor: zoek het zelf maar uit, burger.

Ik vind het niks, maar andere mensen hebben die overtuiging nu eenmaal, dat kan. Die zeggen: kijk naar Amerika, daar gaat het ook fantastisch. Een maatschappij die de mensen kansen biedt.

Of niet natuurlijk.

Maar nu even over de blinde vlek. Zijlstra zegt, in antwoord op de opmerking van de interviewers dat er zoveel onrust en onvrede heersen over de hervormingen (lees: bezuinigingen), dat je de mensen zekerheid moet bieden. „Als de mensen eenmaal weten dat ze er 200 euro per maand op achteruit gaan, of dat hun moeder niet naar het verzorgingstehuis kan maar wel een goede wijkverpleegster krijgt, kunnen ze aan hun nieuwe toekomst bouwen. Dat geeft rust.”

Het rustige vooruitzicht dat men het met veel minder geld moet doen en maar moet bidden om ‘een goede wijkverpleegster’ – weet Zijlstra niet dat de gemeenten geen flauw idee hebben hoe ze de zorg moeten regelen met een bezuiniging die wel iets hoger uitvalt dan 200 euro per maand, en dat de verwachting is dat het overgrote deel van de werknemers in de thuiszorg zal worden gedegradeerd tot alfahulp?

Maar nog los daarvan – na deze zinsnede over de ‘zekerheden’ die Zijlstra de mensen biedt, beweert hij: „We zeggen dus niet: zoek het maar uit.”Daar verslik ik me elke keer weer in mijn hedendaagse erwtjes. Hij ziet het écht niet.