De prins werd een bedachtzame anarchist

Zijn bedje was gespreid in feodaal Rusland, maar de tsaar stelde hem teleur. Zo werd Kropotkin een van de grote anarchisten van zijn tijd.

Peter Kropotkin (1842-1921), omstreeks 1900 gefotografeerd door Félix Nadar (1820-1910) Foto Culture Images/HH

Indrukwekkend, maar incompleet. Dat is de constatering na lezing van de memoires van één van de voornaamste anarchisten: Peter Kropotkin (1842-1921). De helft van dit autobiografische geschrift gaat niet over zijn roerige leven als revolutionair. Bovendien maakte de auteur na de publicatie ervan in 1899 nog de Eerste Wereldoorlog en de Oktoberrevolutie mee.

Maar tegenover de onvolledigheid staat dat Kropotkins memoires (nu in het Nederlands uitgegeven met een overigens gedateerde inleiding uit 1969) op onovertroffen wijze het toenmalige Rusland schetsen. Prins Kropotkin stamde uit een vooraanstaand adellijk geslacht. Het semifeodale Rusland bevond zich in veel opzichten nog in de Middeleeuwen. Zo werd de rijkdom van een landeigenaar afgemeten aan het aantal ‘zielen’ – mannelijke lijfeigenen – dat hij bezat. Vrouwen telden niet mee. Kropotkins vader bezat 1200 ‘zielen’ en een gelijk aantal vrouwen over wie hij naar goeddunken kon beschikken. Het mishandelen, verkopen en vergokken van deze mensen was niet ongewoon.

Als lid van het keizerlijke pagekorps was Kropotkin voorbestemd voor een glansrijke carrière. Na aanvankelijke bewondering raakte de jonge edelman gedesillusioneerd in tsaar Nicolaas II. Op eigen verzoek vervulde Kropotkin zijn dienstplicht ver van het hof in Oost-Siberië. Ook hier was het reactionaire regeringsbeleid voelbaar. De afschaffing van het lijfeigenschap in 1863 werd een farce. Veel ‘vrijgemaakten’ bleven door de opgelegde schadeloosstellingen, pachten en hypotheken horig aan hun voormalige eigenaren. De bloedige onderdrukking van de opstand van Poolse gedeporteerden in Siberië drie jaar later versterkte Kropotkins weerzin tegen het autocratische regime.

Neuchâtel

Zijn verblijf in Siberië en verschillende expedities in Noord-Azië en Finland (1863-1871) waren niet alleen bepalend voor Kropotkins carrière als geograaf en geoloog. De ervaringen met de lokale bevolking, die zich dikwijls redde zonder staatsbemoeienis, hadden grote invloed op zijn anti-etatistische opvattingen.

Eveneens vormend in dit opzicht waren de verboden boeken van de anarchist Proudhon en de liberaal John Stuart Mill. Kropotkin omarmde definitief het anarchisme toen hij in 1872 een week doorbracht bij volgelingen van Michael Bakoenin in het Zwitserse plaatsje Neuchâtel. De founding father van het Russische anarchisme verbleef er inmiddels zelf niet meer. Beide grootheden van het anarchisme zouden elkaar nooit ontmoeten.

Teruggekeerd in Rusland raakte de inmiddels bijna dertigjarige Kropotkin betrokken bij het verspreiden van illegale literatuur door de Tsjaikovski-groep. Dat hij wegens zijn prinselijke titel en radicale opvattingen bij zijn metgezellen als omstreden gold, bleef in zijn memoires onvermeld. In 1874 werd Kropotkin gearresteerd en gevangen gezet in de alom gevreesde Peter- en Paulvesting in Sint Petersburg. Vanuit een militair hospitaal wist hij met hulp van vrienden te ontsnappen en naar West-Europa te ontkomen

In de overige jaren die Kropotkins memoires beschrijven (hoofdzakelijk de periode 1876-1886) genoot hij internationale faam als wetenschapper en theoreticus van het anarchisme. Zijn ambivalente imago leverde uiteenlopende situaties op. In Engeland was hij eregast van het Koninklijk Geografisch Genootschap, in Frankrijk werd hij als staatsgevaarlijke revolutionair opgesloten.

De anarchist Kropotkin was een onvermoeibaar propagandist van zijn idealen. Terwijl de theoreticus Bakoenin zich herhaaldelijk verstrikte in contradicties (zijn bejubelen van de spontane volksrevolutie ging moeiteloos samen met een pleidooi voor een ‘collectieve en onzichtbare dictatuur’) en zich bezondigde aan antisemitische tirades, was het anarcho-communisme van Kropotkin veel bedachtzamer. Het keerde zich niet alleen tegen de autoritaire tendensen van het marxisme, maar ook tegen het invloedrijke, oorlogszuchtige sociaal-darwinisme.

Ondanks zijn libertaire opvattingen was Kropotkin ook een kind van zijn Victoriaanse tijd en de bijbehorende moraal. In zijn memoires is hij uiterst terughoudend over zijn privé-leven. Bijna terloops verneemt de lezer dat hij getrouwd is. In weerwil van zijn internationalisme en antimilitarisme koos Kropotkin tijdens de Eerste Wereldoorlog partij voor de Entente. Hij beschouwde het Wilhelminische Duitsland als de grootste bedreiging voor vrijheid en vooruitgang. Geïsoleerd van de anarchistische beweging keerde Kropotkin na de Februari-revolutie terug in Rusland. De balling kreeg een heldenontvangst en premier Kerenski bood hem – tot zijn verontwaardiging – een ministerspost aan.

Terreurbewind

In de maanden daarna was Kropotkin er getuige van hoe de Realpolitiker Lenin de wijdverbreide anarchistische sentimenten onder het volk misbruikte. Zijn leuze ‘Alle macht aan de sovjets’ was louter een machiavellistische manoeuvre om de bolsjewistische dictatuur te vestigen. In plaats van Kropotkins samenleving zonder gezag, kwam het terreurbewind van de communistische partij. Teleurgesteld overleed Kropotkin begin 1921. Zijn begrafenisstoet – getooid met anti-bolsjewistische spandoeken – was de laatste anarchistische manifestatie in de Sovjet-Unie.