‘De geest van flamenco volmaakt op piano verklankt’

Jonge pianist breekt lans voor Spaanse pianomuziek.

Foto Robin Utrecht

„Zelden is op de piano de geest van de flamenco volmaakter verklankt”, zegt pianist Thomas Beijer (1988) over wat inmiddels zijn ‘lijfstuk’ is geworden: Manuel de Falla’s Fantasía Bética (1919). Hij zal het zaterdag zeker spelen in het Muziekgebouw aan ’t IJ, net als werken van Albéniz, Granados, Federico Mompou (1893- 1987) en Joaquín Rodrigo (1901-1999). Hun pianomuziek is bij het grote publiek amper bekend.

Daartussen draait een documentaire die Lucas van Woerkum maakte van Beijers eerste reis naar Spanje, vorig jaar: „Het was als thuiskomen. In Andalusië vond ik de beelden die ik tot dan toe alleen maar had gehoord.” Canción y Danza heet dit ‘documentaireconcert’ over muziek uit het land vol extreme contrasten. Beijer: „Flamencozangers schreeuwen vaak met overslaande stem, maar tegelijkertijd blijven ze teder. In De Falla’s partituren lees je soms fortissimo ma dolce. Spaanser kun je het niet krijgen. Veel Hollanders zien Spanje als exotisch. Men denkt al gauw aan zwoele salonmuziek, castagnetten en heupzwaaiende vrouwen. Door dat clichébeeld kijkt men niet verder. Spaanse muziek is juist allesbehalve karikaturaal. Er zitten onpeilbare diepten in, vol doodsverlangen en liefdesleed.”

Spaanse muziek omschrijft Beijer als uitermate communicatief: „Spaanse componisten willen tot het hart spreken. Daarom bleven ook twintigste-eeuwers als Mompou en Rodrigo altijd trouw aan de tonaliteit. Bij de naoorlogse avant-garde gold dat als burgerlijk en ouderwets. Maar het tij lijkt nu te keren. Veel avant-gardemuziek wordt zelden meer gespeeld, terwijl iemand als Mompou een enorme revival doormaakt.”

    • Bas van Bommel