De fiscus geeft tipgeld – maar houdt dat liever stil

Foto ANP

Leuker kunnen ze het wél maken - voor tipgevers. De Belastingdienst blijkt tipgeldbeleid te hebben, waardoor klokkenluiders aanspraak kunnen maken op een beloning. Mits hun tip leidt tot inkomsten voor de Belastingdienst. De Belastingdienst kan nu behoorlijk wat claims tegemoet zien: Nederlanders zijn dol op klikken bij de fiscus.

Daarom houdt opsporingsdienst FIOD dit ook graag stil. Floor Drost, die de schaduwboekhouding van bouwbedrijf Boele & van Eesteren uit Rijswijk in 2004 overhandigde, hielp de Belastingdienst hiermee aan 147 miljoen euro. Maar een tipgeldregeling? De twee FIOD-rechercheurs die Drost te woord stonden, kenden zo’n regeling niet.

Ook de staatssecretaris wist van niks

De fiscus blijkt wel degelijk een tipgeldregeling te hebben. Sinds 1985 al. Altijd werd gezegd dat een eventuele beloning geen beleid was, maar incidenteel. Maar zelfs intern was dat lang niet altijd bekend: “Ik ken die regeling niet”, zegt Willem Vermeend, van 1994 tot 2000 staatssecretaris voor Financiën (PvdA) desgevraagd. “Er komen zó veel tips binnen bij de fiscus. In uitzonderlijke gevallen kwam er ook wel eens iets bij mij terecht. Maar ik heb nooit gehoord van formeel beleid op dat terrein.”

Volgens het ministerie is de Belastingdienst terughoudend met het betalen van tipgeld. En specifiek in het geval van Drost: hij had in 2004 meteen kenbaar moeten maken dat hij gebruik wilde maken van de regeling. Dat de FIOD-ambtenaren die regeling niet kenden en Drost niet informeerden, is volgens het ministerie niet van belang. Drost mocht ook geen rechten ontlenen aan het feit dat andere tipgevers op basis van die regeling wel beloond zijn. Dat mocht niet worden uitgelegd als ‘beleid’, de fiscus hoeft dus niet alle tipgevers gelijk te behandelen, aldus het ministerie in correspondentie met Drost.

Geen incidenten, maar beleid

De rechtbank in Den Haag concludeerde in mei dat het vaststaat dat er wel degelijk een tipgeldbeleid van de fiscus is geweest. Want, mede op basis van het verweer van de landsadvocaat, “staat het vast dat er indertijd een tipgeldregeling bestond en dat Drost daar niet over geïnformeerd is”.

Samen met de schaduwboekhouding van klokkenluider Ad Bos was Drosts dossier een breekijzer in het grootschalig fiscaal onderzoek naar de bouwsector. De schatkist werd er 350 miljoen euro aan naheffingen, schikkingen en boetes rijker van. Net als Bos, die jaren strafrechtelijk werd vervolgd, had Drost er eerder last van dat hij de FIOD de schaduwboekhouding had overhandigd. Drost moest, op advies van de recherche, lange tijd onderduiken omdat hij vanuit de bouwsector bedreigd werd vanwege zijn onthullingen.

Drost wil tien jaar na het afstaan van de schaduwboekhouding een inhoudelijke toetsing van de vraag of hij voldoet aan de tipgeldcriteria, en onderhandelingen met de fiscus, aldus advocaat Roberto Pennino. „Hij voldoet aan de beleidscriteria en wil alsnog een adequate tipgeldbeloning.”

De tip moet lonen

Wanneer maakt een tipgever eigenlijk kans op een beloning? Zes richtlijnen die de Belastingdienst volgt:

* Met het toekennen van tipgeld wordt een „zeer terughoudend beleid” gevoerd.

* Alleen de hoogste ambtenaren op het ministerie van Financiën mogen tipgeld toekennenTipgeld mag alleen toegekend worden door het ministerie op het hoogste ambtelijke niveau.

* Met de tip moet een aanzienlijk fiscaal en financieel belang van de staat gemoeid zijn.

* De risico’s voor zowel de tipgever als de betrokken ambtenaren moeten duidelijk zijn.

* Levert een tip de Belastingdienst uiteindelijk niets op, dan wordt geen geld uitgekeerd. Uitkering gebeurt ook pas als de belastingopbrengst geïncasseerd is.

* De Belastingdienst maakt met een tipgever geen afspraken over belastingvermindering. Evenmin worden afspraken gemaakt over eventuele vervolging voor strafbare feiten of strafvermindering.