De fiscus geeft tipgeld – en houdt dat liever stil

Een man wil geld voor de tip waarmee de Belastingdienst in de bouwfraude 147 miljoen euro kon innen. Maar de fiscus wil weinig weten van het eigen officiële tipgeldbeleid.

Een tipgeldregeling bij de fiscus? De twee FIOD-rechercheurs die ‘tipgever’ Floor Drost te woord stonden, kenden zo’n regeling niet. Drost had hun, het was 2004, een uitgebreide schaduwboekhouding over bouwfraude overhandigd. En die schaduwboekhouding, van bouwbedrijf Boele & van Eesteren in Rijswijk, was voor de fiscus een geschenk.

Samen met de schaduwboekhouding van klokkenluider Ad Bos was Drosts dossier een breekijzer in grootschalig fiscaal onderzoek naar de bouwsector. De schatkist werd er 350 miljoen euro aan naheffingen, schikkingen en boetes rijker van.

Maar de fiscus blijkt wel degelijk een tipgeldregeling te hebben. Sinds 1985 al. Floor Drost kwam er in 2009 achter, toen een deal uitlekte met een man die illegaal gegevens ‘gekraakt’ had van honderden Nederlanders met geheime spaarrekeningen in Luxemburg. De hoogte van de bonus, bleek uit informatie van toenmalig staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA), was gerelateerd aan het bedrag dat de fiscus op basis van die tips wist binnen te halen. In 2012 bleek opnieuw dat er tipgeld betaald was, dit keer voor informatie over verzwegen illegale buitenlandse beleggingen vanuit Nederland.

Nauwelijks ruchtbaarheid

Drost spande een procedure aan tegen het ministerie van Financiën om alsnog voor de tipgeldregeling in aanmerking te komen. Voor de rechtbank in Den Haag gaf het ministerie afgelopen mei het bestaan van de regels toe – en dat Drost daarvan tien jaar geleden niet op de hoogte gesteld is.

Net als Bos, die jaren strafrechtelijk werd vervolgd, had Drost er eerder last van dat hij de FIOD de schaduwboekhouding had overhandigd. Die boekhouding bleek goed voor 147 miljoen euro aan inkomsten voor de fiscus. Drost moest, op advies van de recherche, lange tijd onderduiken omdat hij vanuit de bouwsector bedreigd werd vanwege zijn onthullingen.

De FIOD-ambtenaren aan wie Drost zijn schaduwadministratie had overhandigd, hadden hem over tipgeld op het verkeerde been gezet. Mogelijk niet eens bewust. Want de fiscus heeft nauwelijks ruchtbaarheid aan die regeling gegeven, ook niet intern. „Ik ken die regeling niet”, zegt Wim Vermeend, van 1994 tot 2000 staatssecretaris voor Financiën (PvdA) nu desgevraagd. „Er komen zó veel tips binnen bij de fiscus. In uitzonderlijke gevallen kwam er ook wel eens iets bij mij terecht. Maar ik heb nooit gehoord van formeel beleid op dat terrein.” Onder het bewind van Vermeend heeft de fiscus wel een aantal keren tipgeld betaald, blijkt uit beantwoording van WOB-verzoeken.

Sinds 2010 probeert Drost alsnog voor tipgeld in aanmerking te komen. Maar de fiscus houdt de boot af, blijkt uit zijn correspondentie met het ministerie en de recente procedure bij de rechtbank. Terwijl andere tipgevers sinds 1985 wel beloond zijn. „In vijf á tien gevallen”, berichtte de staatssecretaris van Financiën in 2009 aan de Tweede Kamer.

Volgens het ministerie is de Belastingdienst terughoudend met het betalen van tipgeld. En specifiek in het geval van Drost: hij had in 2004 meteen kenbaar moeten maken dat hij gebruik wilde maken van de regeling uit 1985.

Drost mocht ook geen rechten ontlenen aan het feit dat andere tipgevers op basis van die regeling wel beloond zijn. Dat mocht niet worden uitgelegd als ‘beleid’, de fiscus hoeft dus niet alle tipgevers gelijk te behandelen.

Geen incidenten, maar beleid

De rechtbank in Den Haag concludeerde in mei, mede op basis van het verweer van de landsadvocaat, dat het vaststaat dat „er indertijd een tipgeldregeling bestond en dat Drost daar niet over geïnformeerd is”. Uit het verweerschrift van de landsadvocaat bleek bovendien dat eerdere tipgeldbetalingen geen incidenten waren maar beleid, gebaseerd op de richtlijn uit 1985.

„De fiscus moet opnieuw onderhandelen met Drost”, zegt hoogleraar belastingrecht Gribnau van de Tilburg Law School van de Universiteit Tilburg na bestudering van het dossier. „Nu duidelijk is dat de FIOD-ambtenaren gezegd hebben dat zij een dergelijke regeling niet kenden, mag het Drost niet worden voorgehouden dat hij indertijd een beroep op die regeling had moeten doen.”

Drost wil tien jaar na het afstaan van de schaduwboekhouding toetsing van de vraag of hij voldoet aan de tipgeldcriteria, in onderhandelingen met de fiscus of via de bestuursrechter, aldus advocaat Roberto Pennino. „Hij voldoet aan de criteria en wil alsnog een adequate tipgeldbeloning.”