Dat zeilkamp, dat was mijn leven, al die zomers lang

Hoe is het nou, zo’n zeilkamp? Anne-Martijn van der Kaaden was er twaalf jaar bij.

Woensdagmiddag krijg ik een mail. Onderwerp: „Totaaloplossing voor gedupeerde zeilcursisten.” Afzender: Vinea Vakanties. Ik weet al wat erin staat.

Half juni werd het faillissement uitgesproken van Zeilscholen.nl. Een paar dagen later meldde reisorganisatie Vinea een aantal locaties te exploiteren om de kampen deze zomer toch door te kunnen laten gaan. De zeilscholen waren jarenlang van Vinea, maar zijn in 2012 overgenomen en zelfstandig geworden. „Sindsdien”, staat er in de mail, „zijn Vinea en Zeilscholen.nl twee geheel zelfstandige organisaties”.

Dat is niet waar. Misschien vallen de zeilscholen officieel niet meer onder Vinea, maar voor de honderden instructeurs en de kinderen die er op kamp gaan maakt dat weinig uit. Voor hen blijft het Vinea. Want Vinea is een begrip. Een deel van hun leven.

Ik hou van Vinea. Tussen mijn 10de en 22ste (ik ben nu 25) bracht ik vele weken door in Friesland. Eerst als cursist, later als instructeur. Ik heb het even uitgerekend: een half jaar weinig slapen in gammele stapelbedjes, nauwelijks tijd voor een douche. Altijd de geur van natte zwemvesten en eten dat bereid wordt in pannen die zo groot zijn dat je er in kunt gaan zitten.

Iedere dag van half 9 ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds waren we op het water, na afloop was er een aftersaildisco. Als het tijd was voor het eten, het avondprogramma of de theorieles werd het ‘verzamelnummer aangezet’. We aten ‘broodjes alles’ of ‘apenkots’, stamppot met bloemkool en gehakt. Voor het ontbijt sprongen we wel eens met z’n allen spontaan in het water voor een frisse ochtendduik.

Ik was niet de enige: honderden kinderen gaan iedere zomer op zeil- of surfkamp met Vinea. De organisatie bestaat sinds 1947, al was het in die tijd vooral een vormingscentrum voor rooms-katholieke jongeren en heette het nog Vinea Domini, ‘Wijngaard des Heren’. De insteek veranderde in de loop der jaren, katholiek zijn de vakantiekampen al lang niet meer. Maar vormend, dat zijn ze wel.

Pleun Broekman, oprichter van de Facebookgroep ‘Zeilschoolredders’, wil dat Vinea nooit verloren gaat. Op haar pagina houden (oud-)stafleden elkaar op de hoogte over de ontwikkelingen rond de zeilschool. De pagina heeft ruim 650 leden. De meesten zijn tussen de 18 en 30 jaar, studeren of zijn recentelijk afgestudeerd.

Maar Pleun is pas 14 jaar. Ze is een ‘vineababy’: haar ouders kennen elkaar van Vinea, gaven er vroeger allebei les. Dit jaar zou ze voor de vijfde keer op kamp gaan. „Maar ik kwam thuis uit school en mijn moeder zei: Zeilscholen.nl is failliet”, vertelt ze aan de telefoon. „Ik kan me geen zomer voorstellen zonder kamp. Het is ook mijn toekomst, snap je? Ik weet al heel lang dat ik later ook instructeur wil worden. Mensen zeggen: dan ga je toch naar een ander kamp? Maar dat zou gewoon niet hetzelfde zijn.”

Pleun heeft gelijk. Natuurlijk kan je overal leren zeilen. Maar waar bouwen ze een metershoge ‘boom’ van lege kratjes en spuiten ze alles vol met nepsneeuw – gewoon, om te laten zien dat ‘kerstmis’ in de zomer prima gevierd kan worden? Waar verandert een doodgewone maaltijd in een ‘chic diner’, alleen omdat de houten tafels met aluminiumfolie zijn beplakt en, twee afzetlinten op de grond als ‘rode loper’ fungeren?

Vinea was mijn zomer, zoveel zomers lang. Thuis, in de echte wereld, sloeg de ‘post-vineale depressie’ toe, de stilte na drie weken kamp kon oorverdovend zijn. Dan zette ik, uit heimwee, het verzamelnummer nog maar eens aan.