Cronenbergs horror-gruwelkabinet

Alienachtige mugwump uit de film ‘Naked Lunch’ foto eye filmmuseum

Vreemde kevers. Parasieten die eruitzien als uitgedroogde piemels. Een gameconsole die glanst en glibbert als een moederkoek. Een kraakbeenpistool. Een teleportatiecabine. Het was te verwachten dat de rekwisieten die verzameld zijn voor de grote David Cronenberg-tentoonstelling de geur van geronnen bloed om zich heen zouden hebben hangen. Maar dat ze er in het echt zó (verrukkelijk) vies en griezelig uit zouden zien, is zelfs voor de grootste fans van de Canadese filmfilosoof en meester van de bodyhorror een fijne verrassing.

De expositie, deze zomer in Eye in Amsterdam, beleefde vorig jaar in Cronenbergs thuisstad Toronto onder de noemer Evolutions haar wereldpremière. Dat concept is ook de rode draad in Eye. Cronenbergs oeuvre werd door samenstellers Noah Cowan en Piers Handling in drie periodes verdeeld, getiteld ‘Wie heeft mij gemaakt?’, ‘Wie ben ik?’ en ‘Wie zijn wij?’ Ze lopen grofweg parallel met Cronenbergs ontwikkeling waarin achtereenvolgens biologische, psychologische en sociologische vragen de boventoon voeren. En het is precies die mix van film en wetenschap die zijn werk zo interessant maakt voor zowel liefhebbers van de genrefilm als de laatste jaren ook voor een groter publiek met de Freud-film A Dangerous Method, de Don de Lillo-adaptatie Cosmopolis of recentelijk de Hollywood-satire Maps to the Stars. Van die film, onlangs in Cannes te zien, zijn de blikjes Cobalt energiedrank die kindsterretje Benjie Weiss de hele film achterover klokt nieuw aan de tentoonstelling toegevoegd.

Waar in Toronto de tentoonstelling was opgezet als een installatie, staan de ruim 150 artefacten in Eye ruimer en zijn er meer en langere filmfragmenten aan toegevoegd. Het is een perverse Wunderkammer. Het rariteitenkabinet van een geschifte wetenschapper. Het is uniek dat er zoveel bewaard is gebleven – de meeste filmrekwisieten worden na afloop van de draaiperiode weggegooid. Dat heeft ongetwijfeld iets te maken met het feit dat Cronenberg zich als filmmaker meer een beeldhouwer dan een schilder voelt, en voor de objecten samenwerkingen aangaat met kunstenaars en gespecialiseerde art directors, grimeurs en special effect-ontwerpers. Ze zijn tot in de kleinste details perfect uitgevoerd.

Al die protheses en littekens, gemuteerde moordwapens en gamepods hebben een cruciale rol in zijn film: hij brengt ze letterlijk tot leven. Of het nu de Hobbes-parasieten uit Shivers, de tv-schermen uit Videodrome of de insecten uit de William Burroughs-verfilming Naked Lunch zijn, ze hebben een wil en karakter van zichzelf. Cronenberg vraagt zich af wat een virus denkt of dat overmatig mediagebruik schadelijk is. Maar hij zoekt hij niet in metaforen, maar in what if-scenario’s waarin de metafoor een hallucinerende werkelijkheid wordt. Wie in Eye door die halfduistere verzameling curiositeiten loopt ziet daardoor langzaam de grens tussen film en werkelijkheid vervagen. En tussen film en de andere kunsten.

Met name de gynaecologische instrumenten uit Dead Ringers en de ruime verzameling insecten en mutanten (inclusief een levensgrote alienachtige mugwump) uit Naked Lunch zijn voorwerpen en objecten die hun functie als rekwisiet overstijgen. De vragen die Cronenberg ermee op wil roepen over de rol van de wetenschap, media en techniek, de kwetsbaarheid en de veerkracht van het menselijke lichaam, en de manier waarop ook de mens maar een tussenstadium is in een veel grotere en soms angstaanjagende evolutie, houden ook veel contemporaine kunstenaars bezig. Maar ze zijn in al hun griezeligheid ook gewoon mooi. Je wilt ernaar kijken. Je wilt erin verdwijnen. Net als Max Renn in het tv-toestel uit Videodrome, een topstuk van de verzameling. Met gevaar voor eigen leven zoals de film ons leert. Dat dan weer wel.