Colombia schittert, nu zonder kartels langs de lijn

Colombia wil zich verlossen van clichés over de drugsstaat. Tijd voor La Selección, dat de droom van een voetbalgekke natie moet realiseren.

Sterspeler James Rodríquez laat zien dat hij met zijn hart voor Colombia speelt. Foto AFP

‘El Loco’ noemden ze hem. De gek. René Higuita deed alles wat god een keeper verboden had. Speelde als een soort vrije verdediger ver voor zijn doel, ging graag mee de aanval in. Als hij in zijn element was, deed hij de ‘schorpioen’: dan liet hij de bal over zich heen gaan, maakte een zweefduik naar voren en trapte de bal met de hakken over zijn rug het veld in. Hij werd er wereldberoemd mee. Zijn wilde haardos maakte hem nog excentrieker.

Higuita is een van de Colombiaanse voetbalhelden die het afgelopen jaar de natie nog een keer in vervoering bracht, als personage in La Selección, een populaire televisiesoap over de gouden generatie die in de jaren negentig de wereld verraste met spectaculair, artistiek voetbal. En die Colombia de wereldtitel had kunnen brengen.

Had, want Colombia werd in 1994, ondanks de brille van Carlos ‘El Pibe’ Valderrama, door zijn blonde Afrokapsel ook bekend als de ‘blonde Gullit’, uitgeschakeld door gastland Amerika. Mede door een eigen doelpunt van verdediger Andrés Escobar, die dat met de dood moest bekopen, tot voldoening van de drugsmaffia.

De serie, die nu tijdens het WK wordt herhaald, is vooral ‘persoonlijk’, vertelt de Nederlandse schrijver Nico Verbeek, die achttien jaar met zijn Colombiaanse echtgenote in Medellín woont. Het gaat vooral over liefde en succes, over huwelijk en kinderen. Over het ‘andere’ leven van Faustino Asprilla, Carlos Valderrama, Freddy Rincón en René Higuita, de sterren uit de jaren negentig.

De regie heeft elk spoortje van geweld of corruptie gewist. „Heel bewust is de schaduwzijde er uitgelaten. Drugs komen er niet in voor”, zegt Verbeek vanuit Medellín. Historie met forse retouche. Met in de hoofdrol Higuita, de ster die het WK in de VS miste omdat hij in de gevangenis zat. In de serie neergezet als een naïeve man, die vast zat omdat hij zo vriendelijk was zijn kennis Pablo Escobar, de grootste drugscrimineel ooit, op te zoeken in de gevangenis in Medellín. Eigenlijk een deerniswekkend slachtoffer van de omstandigheden.

In werkelijkheid miste El Loco het WK omdat hij had bemiddeld bij de ontvoering van de dochter van een narcobaas en in de cel was beland. Hiquita was, evenals veel andere profvoetballers speelbal van de grote kartels.

Verbeek schetst hoe het Colombiaanse voetbal in de jaren tachtig en negentig in de greep van de drugsmaffia kwam in het boek ‘Eigen doelpunt, voetbal en maffia in het Colombia van Escobar’. Een periode vol ambivalentie: veel talent en internationaal succes, maar wel op een speelveld van perversie: omkoping en liquidatie van scheidsrechters, intimidatie van tegenstanders, wilde feesten op de haciënda’s van de drugsbaronnen, gokken, matchfixing en wiswassen bij transfers. Het waren gouden jaren waarin het Colombiaanse voetbal een pact had gesloten met de duivel, schrijft Verbeek.

Colombia laaft zich na zestien jaren zonder WK-eindronde aan nieuw voetbalsucces. Er is een getalenteerde generatie opgestaan die de kwartfinale heeft bereikt, waarin het vandaag tegen buurland Brazilië speelt. James Rodríguez is zelfs de beste speler van het toernooi.

Het lijkt of het land sportief opleeft, nu er sprake is van detente en de drugskartels zich koest lijken te houden. „Voetballen is voor Colombia het enige echte bindmiddel”, zegt Verbeek. De onderhandelingen met de guerrillabeweging FARC leiden misschien tot vrede. Volgens politieke analisten speelde Colombia’s zege op Griekenland (de eerste groepswedstrijd) een rol bij de herverkiezing van president Santos die voor praten onderhandelingen met het FARC is.

„Voetballen is voor Colombia het enige echte bindmiddel, de selectie is het enige waar het hele land achter staat”, zegt Verbeek. En ‘verbinding’ hebben ze in het Zuid-Amerikaanse land hard nodig na de geschiedenis van La Violencia, de rivaliteit tussen liberalen en conservatieven, de burgeroorlog met guerrilla’s, paramilitairen en drugskartels. En met een bevolking op drift.

Colombia is misschien wel het meest voetbalgekke land van Zuid-Amerika. Na een gewonnen wedstrijd heerst er chaos en dronkenschap in het land. Na de zege op de Grieken kwamen er in de feestorgie in hoofdstad Bogotá negen mensen om. „Het voetbal leeft enorm”, vertelt Verbeek, „maar toch is er veel meer realisme dan in 1994. De kwartfinale halen is al een enorm succes.” Er is helemaal geen ruis, de selectie presteert goed en de pers is redelijk positief.

Volgens de auteur blijft de top van het Colombiaanse voetbal nu redelijk verschoond van maffiapraktijken. De drugskartels zijn versplinterd en leggen zich meer toe op de productie van cocaïne, terwijl de Mexicaanse drugsbazen de distributie op vooral de Amerikaanse markt voor hun rekening nemen. Bovendien hebben de erfgenamen van drugsbaas Escobar minder behoefte aan publiek profiel en mengen zich minder in politiek en sport.

Colombia wil zich verlossen van de clichés over de narcostaat. De tweet van de Nederlandse presentatrice Nicolette van Dam met een bewerkte foto van twee cokesnuivende Colombiaanse voetballers veroorzaakte recentelijk verontwaardiging in het land. Boze krantenkoppen en een protest van de regering bij Unicef, waar Van Dam goodwillambassadeur was. Ze heeft spijt betuigd en haar functie neergelegd. Colombia laat de droom van La Selección niet verstoren.