Bingedrinken bij 16-jarige is al eerder te voorspellen

Met uitgebreid vragenlijstonderzoek, een hersenscan en een genetische test kan nu worden voorspeld welke 14-jarigen twee jaar later veel alcohol zullen drinken.

Foto Thinkstock

Van de pubers van 14 jaar die nog nooit dronken zijn geweest, is redelijk goed te voorspellen of ze twee jaar later wel een paar keer laveloos zijn geweest.

Maar er zijn wel omslachtig veel gegevens nodig voor zo’n voorspelling. Er moeten persoonlijkheidstests zijn afgenomen, er moeten vragenlijsten zijn afgewerkt naar wat iemand heeft meegemaakt, er moet een fMRI-hersenscan zijn, en een genetische test. Maar dan is van twee op de drie 16-jarige bingedrinkers (vaker dan twee keer dronken geweest) twee jaar eerder al te voorspellen dat ze zich regelmatig te buiten zullen gaan aan alcohol.

Pubers die als 14-jarige al seks hadden, rookten en al eens alcohol hadden gedronken hebben een grotere kans om twee jaar later bingedrinker te zijn. Bijna net zo belangrijk zijn extravagant (opvallend, niet-hinderlijk) gedrag en de drang om nieuwe dingen uit te proberen. Die factoren zijn wat belangrijker dan drankmisbruik in de familie of een moeder die tijdens de zwangerschap dronk. Genvarianten, laag IQ en sommige hersenstructuren en -activiteiten leveren ook kleinere bijdragen voor een goede voorspelling van bingedrinken.

In eerdere voorspellingen werd vaak één van die factoren belangrijk gemaakt, schrijven de onderzoekers van de IMAGEN-studie vandaag in Nature. Dat kwam doordat er met kleinere groepen pubers werd gewerkt en doordat er vooral naar dat ene kenmerk werd gekeken.

IMAGEN is een groot Europees onderzoek naar risicovol gedrag van pubers. Het begon met 2.000 14-jarigen in Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland en Noorwegen. Inmiddels is ook bekend hoe het hun een paar jaar later vergaat.

De onderzoekers konden groepen onderscheiden van 14-jarigen die weleens alcohol hadden gedronken maar nooit dronken waren geweest, van 14-jarigen die al wel drie keer laveloos waren geweest en ze kenden het drinkgedrag op 16-jarige leeftijd. Zo konden ze groepen met elkaar vergelijken die steeds groot genoeg waren (100-150 jongeren) om de bijdrage van verschillende invloeden op huidig of toekomstig drinkgedrag te bepalen.

De voorspelling van bingedrinken vinden de onderzoekers belangrijk. Wie later gaat drinken, verlaagt de kans op latere alcoholverslaving met 10 procent, schrijven de auteurs.

In Nederland heeft tegen de 70 procent van de 14-jarigen ooit alcohol gedronken. Ongeveer 20 procent is dan al bingedrinker, wat hier betekent dat op één avond meer dan vijf glazen alcohol naar binnen gaan. Tussen 14 en 16 jaar stijgt het drankgebruik. Ongeveer 60 procent van de 16-jarige jongens is bingedrinker en 50 procent van de meisjes (cijfers uit 2010, onderzoek van het Trimbosinstituut).