38 uur werken voor 0 euro

Een stijgend aantal stagiairs werkt fulltime en krijgt niets betaald. „Sommigen werken zich gratis in het zweet voor een bedrijf. Het is toch geen vriendendienst?”

Illustratie Anne van Wieren

Drie dagen per week behandelt Rosan Kraaijvanger (21) patiënten in een grote fysiotherapiepraktijk in Twente. Ze bekijkt sportblessures, doet oefeningen met ouderen die een nieuwe heup kregen, masseert ruggen en schouders. Haar salaris: nul.

Dat wist ze van tevoren, Kraaijvanger is stagiair. „Deze praktijk plaatst ieder jaar een hoop stagiairs van mijn opleiding, en heeft met school afgesproken dat niemand betaald krijgt. Dat is heel normaal, ook in andere particuliere praktijken krijgen stagiairs geen vergoeding.” Toch vindt zij een kleine vergoeding best op zijn plaats. Ze zit in het laatste jaar van haar studie, over twee maanden is ze officieel fysiotherapeut. „Door mijn aanwezigheid kan de praktijk dubbelvplannen. Ik zorg voor extra inkomsten. Natuurlijk, ik sta onder supervisie, de eindverantwoordelijkheid ligt niet bij mij. Ik word goed begeleid Maar eigenlijk werk ik al.”

De praktijk waarin Kraaijvanger werkt, staat er volgens haar goed voor. „Als je ziet hoeveel geld er aan sponsoring wordt uitgegeven, denk ik dat er ook best iets voor de stagiairs af zou kunnen. Het is dat ik met mijn ov-jaarkaart doordeweeks gratis kan reizen, anders zou ik zelfs mijn reiskosten zelf moeten betalen.”

Bezuinigen

Bij vakbond CNV Jongeren horen ze het steeds vaker: geen of nauwelijks vergoeding voor de stage. Het komt door de slechte arbeidsmarkt, zegt voorzitter Michiel Hietkamp. „Veel bedrijven hebben niet eens geld voor loonsverhogingen of extra werknemers, dus ook op stagevergoedingen wordt bezuinigd. In de sectoren waar weinig werkgelegenheid is, zijn de stagevergoedingen ook lager.”

Dat blijkt ook uit onderzoek van StudentenBureau, een commercieel stagebemiddelingsbureau. Uit een niet-wetenschappelijke inventarisatie onder bijna tweeduizend studenten, 189 medewerkers uit het bedrijfsleven en 84 medewerkers uit het hoger onderwijs kwam naar voren dat stagiairs in de ICT, techniek en logistiek gemiddeld de hoogste vergoedingen krijgen. Stagiairs in de zorg- en communicatiesector krijgen het minst.

Gemiddeld krijgen stagiairs volgens StudentenBureau zo’n 265 euro per maand. Eén op de vijf stagiairs krijgt helemaal niets. Vorig jaar was dat nog ongeveer 10 procent. Werkgevers zijn niet verplicht een stagevergoeding te betalen, maar volgens StudentenBureau zou het wel getuigen van ‘enig respect’ om de studenten tegemoet te komen. „Ik vind het een fatsoensnorm”, zegt directeur Laurens Simonse. „Met een kleine vergoeding – zeg 275 euro – laat je zien dat je zo’n student serieus neemt. Sommige stagiairs werken zich gratis fulltime in het zweet voor een bedrijf. Het is toch geen vriendendienst?”

Echte baan

Sinds de stage in de jaren 70 opkwam, is die steeds belangrijker geworden, zegt Hietkamp van CNV Jongeren. „In iedere mbo- en hbo-opleiding is het een verplicht onderdeel, en ook in universitaire studies rukt de stage op.” Vooral in crisistijd lijken bedrijven daarvan te profiteren. „We merken dat er meer stageplekken worden aangeboden die neigen naar een ‘echte baan’”, zegt Simonse van StudentenBureau. De stagiair zou zo een goedkope tijdelijke oplossing kunnen zijn in tijden van ontslagen en reorganisaties.

De rode draad in het verhaal is dat er geen overheidsregels zijn over stages, zegt hoogleraar arbeidsrecht Mijke Houwerzijl. „Op dit moment worden de invulling en de vergoeding van de stage geheel overgelaten aan de markt. Dus wanneer is iets een stageovereenkomst, en wanneer spreek je van een arbeidsovereenkomst? Aangezien er niets is vastgelegd, is het makkelijker voor bedrijven bedoeld of onbedoeld misbruik te maken van de stagiair. Want wat valt er wel en niet onder ‘stage’?”

Florine Wery (26) stond twee maanden in haar eentje voor de klas, zonder begeleiding en zonder vergoeding. Wery, derdejaarsstudent omgangskunde, loopt stage op een middelbare school. „In eerste instantie gaf ik lessen samen met mijn stagebegeleider. Toen één van de andere docenten ziek werd, vroeg de schoolleiding of ik haar lessen wilde overnemen. Mijn stagebegeleider had er vertrouwen in, die zei dat ik dat wel kon. Aangezien ik een gat opvulde, waren er geen docenten om me te begeleiden.”

Behalve klachten over de lage vergoeding, krijgt CNV Jongeren steeds vaker berichten van stagiairs dat de begeleiding te wensen over laat. „In crisistijden liggen de prioriteiten van bedrijven nu eenmaal niet bij de stage”, verklaart Hietkamp. CNV Jongeren pleit dan ook voor een algemeen regelgevend kader waarin de rechten van de stagiair worden vastgelegd. Ook wil de vakbond dat er afspraken worden gemaakt over de vergoeding.

Financiële ademruimte

Maar dat blijkt lastig. „Wij vinden 150 euro een redelijk minimumbedrag”, zegt Hietkamp. „Daarmee heeft de stagiair nog net wat financiële ademruimte: 5 euro per dag voor eten en drinken. Dat is wel echt de bodem. Zoveel betalen wij onze stagiairs ook.” Toch is de bond nu niet voor een wettelijk minimum. „In sommige sectoren is een tekort aan stageplekken. Als je de stagiair voor werkgevers aantrekkelijk wilt maken, moet je uitkijken met landelijke regels. De ene sector kan zich meer permitteren dan de andere. Het lijkt ons daarom goed om het minimum in de cao’s te regelen.”

Het gevaar bestaat dat landelijke regels en wetten werkgevers afschrikken, geeft ook hoogleraar Houwerzijl toe. „Maar we zouden op zijn minst bepaalde aspecten van de wettelijke werknemersbescherming kunnen overnemen voor stagiairs. Stagiairs vallen bijvoorbeeld al – net als werknemers – onder de Arbowet en de Arbeidstijdenwet. Wellicht kunnen we ook minimum- en maximumstagevergoedingen vastleggen.”

Stagiair Wery mag dan geen stagevergoeding krijgen, ze is blij dat ze überhaupt terechtkon op de stageplek van haar keuze. Bovendien: toen haar werd gevraagd of ze wilde invallen voor de zieke collega, heeft ze daarmee zelf ingestemd. „Het was geen panieksituatie van ‘oh god, iemand moet het doen, doe jij het maar’. Het werd keurig in overleg met school en mij besloten. Het is heel leerzaam in je eentje voor de klas te staan.” Wery dacht nog even dat ze in haar andere rol misschien wél een vergoeding zou krijgen. „Maar nee. Misschien krijg ik op het eind van mijn stage een bos bloemen, of een fles wijn.”