Zo fotografeer je een topvoetballer

Ruud Baan fotografeerde voetballers die nu op het WK spelen. De fotograaf zag het het imago van voetballers de afgelopen jaren veranderen.Het zijn supersterren geworden.

Cristiano Ronaldo Foto Ruud Baan

En toen ineens was het stil. Doodstil. Fotograaf Ruud Baan dacht nog: Ed, dat kun je niet maken. Maar Ed deed het toch.

Het gebeurde in een oude loods in de Engelse industriestad Manchester, waar Baan (44) aanvaller Cristiano Ronaldo, destijds speler van Manchester United, voor zijn camera had. Baan moest de Portugese voetballer fotograferen voor Coca Cola China.

Ronaldo had die dag met veel bombarie zijn entree gemaakt in de loods. Zo’n dertig mensen zwierven om de beste voetballer ter wereld heen. Van stylisten tot zijn zaakwaarnemer, en van vrienden tot zijn personal assistent.

Maar de foto-opdracht liep voor geen meter. „I want a pretty face, I want a pretty face”, herhaalde de nauwelijks Engels sprekende art director van Coca Cola China keer op keer.

Baan werd er knettergek van. „Ik wil gewoon het ultieme shot van een voetballer hebben. De volmaakte beweging moet het zijn, waarbij je de inspanning op zijn gezicht ziet.”

Maar Ronaldo had die dag last van zijn rug. Hij sprak ook nauwelijks Engels – of wilde geen moeite doen. En de pose die Baan wilde, een soort halve omhaal, kwam totaal niet uit de verf.

Ed

En toen was daar dus Ed, oud-voetballer Edson Williams die was meegereisd als agent van Baan. „Kijk”, zei hij tegen Ronaldo, „je moet het zo doen”. De omgeving van Ronaldo had daar niet op gerekend. Who the fuck is de man die hun cliënt/vriend/relatie even fijntjes uitlegt wat hij moet doen?

Ronaldo wordt nóóit verteld hoe hij iets moet doen. Zeker niet met een bal. En toen viel het gezelschap dus stil. Ronaldo, zichtbaar verbouwereerd door de actie van Williams, lachte wat ongemakkelijk, knikte en zei: „Oké.” Waarna hij in één keer de gevraagde beweging maakte. Baan drukte op het juiste moment af. Missie geslaagd.

„Voetballers zijn gewoon jongens”, zegt Baan, zittend in de zonnige binnentuin van zijn studio in Amsterdam. „Ik heb respect voor ze, maar het is niet zo dat ik ze ineens anders ga behandelen, zoals die mensen om Ronaldo deden. Die mensen zien hem als een soort God. Het wordt gevaarlijk als die voetballers daar zelf ook in gaan geloven.” Op de tafel ligt een fotoboek van supermarktketen C1000, waarvoor Baan twee jaar geleden 36 voetballers fotografeerde. Veel van hen zijn ook actief op het WK voetbal in Brazilië, onder wie Wesley Sneijder, Arjen Robben en Dirk Kuijt.

De meest geschikte international? „Huntelaar”, zegt de geboren Rotterdammer zonder enige twijfel. „Hij is een heel fotogenieke jongen. Huntelaar is één van de weinige voetballers die er, voluit koppend, nog knap uitziet. Dat lukt bijna nooit. Huntelaar ziet er ook altijd hip uit buiten het veld. Hij weet wat hij doet.”

Spelers fotograferen gaat moeizaam

Baan heeft het imago van voetballers langzaam zien veranderen nadat hij zo rond de eeuwwisseling zijn eerste voetballer fotografeerde, Ruud van Nistelrooij. Het zijn stijliconen geworden. „In het leven draait het ook steeds meer om voetbal”, ziet Baan. „Het zijn supersterren geworden. Helden.”

Maar een voetballer als ster fotograferen, is iets anders. Graziano Pellè van Feyenoord leent zich daar natuurlijk goed voor met zijn Italiaanse looks, maar een modeshoot met een voetballer verloopt normaal gesproken toch iets moeizamer dan wanneer er een acteur of televisie-persoonlijkheid voor de lens van Baan staat.

Baan: „Acteurs zijn het gewend om buiten hun comfort zone te treden. Als je dat bij voetballers gaat doen, wordt het gelijk een stuk lastiger. Zolang het voetbalgerelateerd is, is het niet zo’n probleem. Maar als het modieus wordt, weten ze zich moeilijk een houding te geven.”

De soepelheid van acteurs heeft ook een keerzijde. Baan, werkend voor grote (sport)merken en tijdschriften als JFK en Esquire, heeft het wel eens meegemaakt dat hij een heel eisenpakket moest inwilligen, waarbij zelfs een Xbox met een specifiek spelletje moest klaarstaan tussen de fotoshoots door (en waar vervolgens niet naar omgekeken werd).

Baan: „Voetballers – en dan vooral de Nederlanders – zijn heel relaxed om mee samen te werken.” Hij weet nog goed toen hij Dirk Kuijt aan zag komen rijden bij hotel Huis ter Duin in Noordwijk. „Iedereen kwam in grote, dikke auto’s, maar Kuijt werd met een voetbaltas achter op zijn rug afgezet door een vriend in een schildersbusje. Doe maar normaal, straalde hij uit. Zo zou het eigenlijk ook moeten zijn.”