Musculatuur

Dit WK is een ode aan het mannenlichaam. Door de strakke shirts en broekjes kan iedereen zien hoe het fysiek gesteld is met een profvoetballer.

Het hoofd staat op een stierennek, de torso is opgepompt, twee tepels duwen zich naar voren op een stalen borst. Daaronder pronkt een buik van harde golfjes, achter staan de billen op de uitkijk en de forse spieren in bovenbenen en armen zijn volgezogen met bloed.

Ruud Gullit vertelde me eens dat keeper Ed de Goeij tijdens een toernooi iedere dag in dezelfde trainingsboek liep, waardoor je steeds zijn buikje zag hangen. Dat kan niet meer. Ed zou zijn afgemat. Voor vet is geen plaats meer.

Gisteren werd de training van het Nederlands elftal live uitgezonden. Het eerste half uur lag er geen bal op het veld. De spelers moesten het doen met pionnen. De oefeningen leken op die van andere sporters. Lange elastieken om je middel zoals bij schaatsers, felle sprintjes zoals bij 100-meterlopers.

Iedere spier komt aan de beurt.

Er was geen commentaarstem bij de televisiebeelden. Het werkte rustgevend. Het Nederlands elftal bewoog als een school oranje vissen in een tropisch aquarium: met z’n allen tegelijk naar links, met z’n allen tegelijk naar rechts.

Louis van Gaal stond in de schaduw met de armen over elkaar. Ook hij was kalm. Wat zou je nog moeten roepen als je jongens precies bewegen zoals je verwacht?

De bondscoach beweert al weken dat fitheid de doorslag zal geven. De ondertitel van dit toernooi is: The survival of the fittest. Eén moment van verval en een speler belandt aan de zijkant van het trainingsveld.

In Florence zitten iedere dag studenten met een tekenblok voor Il David van Michelangelo. Zo zou een man gebouwd moeten zijn. Toch kan zijn versteende musculatuur niet tippen aan die van voetballers op dit toernooi.

Naakt krijg je ze niet als model voor je ezel. Maar kijk door hun wedstrijdkleding heen: hun sportlijf is een huzarenstukje.