Column

Vakantiehuizen

We liepen door de duinen, vakantiehuizen kijken. Het was een zonnige middag, de zee glinsterde in de verte. Dan komen er zekere verlangens op. Zou je hier iets willen huren, wat vind je van dat huis, terras met uitzicht op zee, op een hoek, privacy genoeg, lijkt me ideaal, alleen wel erg ver van het dorp. Dat soort gesprekjes.

We belandden bij een groepje smalle, tegen elkaar gelegen huizen, ook verleidelijk dicht bij de zee. Sommige waren nog te huur. In een tuintje stond een echtpaar, een jaar of tien jonger dan wij. Ze waren net gearriveerd, hun koffers stonden nog voor het huis.

„Zoekt u iets?” vroeg de man vriendelijk. „We kenden dit stukje niet”, zeiden we. We raakten in gesprek en ze nodigden ons uit om hun huis te bekijken.

Ze bleken het een jaar of vijf geleden gekocht te hebben. Ze hielden van dit gebied, dertig jaar lang hadden ze er hun vakantie doorgebracht in gehuurde huizen. Toen besloten ze een huis te kopen in dit nieuwbouwproject. Ze waren er trots op, dat kon je zien aan de smaakvolle manier waarop ze het ingericht hadden. Het interieur had niet die sjofelheid van bij elkaar geraapte meubeltjes (rotanstoelen!) en matjes die je in zoveel vakantiehuizen ziet. De stoelen zagen er comfortabel uit, er stond een boekenkast en aan de wanden hingen heuse schilderijen.

Ze woonden in het oosten van het land. Omdat ze beiden een baan hadden, konden ze maar spaarzaam gebruikmaken van het huis. Om de kosten te drukken, verhuurden ze het grote delen van het jaar, ook in de zomerperiode. Hadden wij interesse? Wilde je in de vakantieperiode boeken, dan moest je dat zeker een half jaar tevoren doen. Voorlopig niet, lachten wij beleefd.

De vrouw legde uit dat het verhuren geen business zonder zorgen was. Ze streefde altijd naar een gesprek, op zijn minst telefonisch, met potentiële huurders. Hoe gebrekkig ook, je had dan in ieder geval ‘een indruk’ van wat je in huis haalde.

Ze waren zuinig op hun spullen, al begrepen ze goed dat er hier of daar beschadiginkjes konden ontstaan, zeker door echtparen met kleine kinderen. Tot dusver hadden ze één verhuurder op de zwarte lijst moeten zetten; die had er een puinhoop van gemaakt. Ze waren er nogal van geschrokken.

Met verhuren gaat het als met veel activiteiten in het leven: meestal loopt het goed af, maar minstens één keer kom je op de koffie – de dood niet meegerekend. Ik moest denken aan het verhaal van een verhuurder in Amsterdam, die na een poosje tot de ontdekking kwam dat zijn huis door een ander werd bewoond dan degene die het (voor een jaar) gehuurd had. Die persoon veroorzaakte nogal wat heibel in het pand, zodat hij zich genoodzaakt zag hem te verwijderen. Maar juridische beletselen verhinderden dat. Knarsetandend moest hij toezien hoe de huurder de volle termijn kon uitzitten.

Wij namen afscheid van het echtpaar, dat ons nog hun visitekaartje toestopte. „Zouden wij zo’n huis willen bezitten?” vroeg ik mijn vrouw. „Ik moet er niet aan denken”, zei ze, „al die zorgen voor een vakantiehuis. Dat gedoe met die huurders. En hoorde je die man niet zeggen dat hij ook nog veel moest klussen in zijn huis? Nou, dat zie ik jou nog niet doen.”

„Vakantiehuizen zijn er alleen om goede boeken te lezen”, beaamde ik gretig. Het is altijd prettig als je het als man en vrouw ergens over eens bent.