Sterftecijfers van intensive-cares komen nu online

De sterftecijfers van Nederlandse IC’s worden al jaren verzameld, maar zijn vanaf vandaag ook openbaar.

Het aantal doden op Nederlandse intensive-care-afdelingen ligt ongeveer 30 procent lager dan op Amerikaanse IC’s. Vanaf vandaag laten de Nederlandse IC-afdelingen aan iedereen zien hoeveel mensen er overlijden. En vooral: of dat er relatief veel of weinig zijn. Daarbij is er rekening mee gehouden hoe ziek en hoe oud de patiënten waren. De komende maanden zijn de resultaten van de 84 IC’s nog anoniem. Er is te zien dat geen IC er extreem goed of slecht uit komt. Eind van het jaar staan de resultaten van vrijwel alle IC’s herkenbaar op stichting-nice.nl.

Het heeft lang geduurd voordat de IC’s besloten om hun resultaten niet meer alleen aan elkaar, hun ziekenhuisbesturen en de inspectie te laten zien. In 1996 begonnen zes Nederlandse IC’s hun patiëntgegevens te vergelijken. Met de bedoeling van elkaar te leren. Inmiddels doen er 84 mee. Er mist nog een zestal. De IC’s waren een van de eerste ziekenhuisafdelingen die gegevens met elkaar vergeleken, naast bijvoorbeeld de centra voor reageerbuisbevruchting (IVF).

„We zijn vroeg begonnen, maar inmiddels lopen we achter met openheid”, zegt Dave Dongelmans, voorzitter van de stichting NICE die de gegevens verwerkt. Dongelmans is IC-specialist (intensivist) in het AMC in Amsterdam. De IVF-centra maken hun resultaten al jaren openbaar. Eerder dit jaar moesten alle ziekenhuizen hun sterftecijfers openbaar maken.

NICE betaalt zeven arbeidsplaatsen om de gegevens te verwerken voor de (tot vandaag geheel besloten) website waar de IC’s hun prestaties kunnen vergelijken met het gemiddelde van even grote IC’s. Als een IC erom vraagt analyseert NICE opmerkelijke veranderingen in bijvoorbeeld sterfgevallen, opnameduur, of de tijd dat patiënten aan de beademing liggen.

Het vergelijken van intensive care’s is moeilijk. De patiënten verschillen nogal. In ziekenhuizen met een grote afdeling hartchirurgie die veel bypass-operaties doen, komen veel patiënten met hun nieuwe bypass meestal korter dan een dag op de IC. Er is een kleine kans dat er iets mis gaat. Van die laag-risicopatiënten overlijdt 2 procent op de IC. Maar IC’s waar vooral hoogrisico-patiënten komen zien bijna 60 procent van die mensen op hun afdeling overlijden. Vaak na een ernstig ongeluk, of met bloedvergiftiging of longontsteking, naast al bestaande andere ziekten.

Om toch te kunnen vergelijken gebruikt NICE een rekenmodel met gegevens van 110.000 Amerikaanse IC-patiënten waarvan in 2002 en 2003 is vastgelegd hoe ze er op de eerste dag op de IC aan toe waren en of ze later overleden. Het rekenmodel geeft de kans om in het ziekenhuis te overlijden van iemand die op de IC ligt.

Die gegevens bestaan al een aantal jaren. In deze tijd is het verbazingwekkend dat ze niet op een toegankelijke website staan. Dongelmans: „Ja, iedereen vraagt naar openheid: patiënten, familie, verzekeraars en de inspectie. Op een gegeven moment moet je natuurlijk laten zien wat we doen met het geld dat in Nederland aan IC-geneeskunde wordt besteed. Nou, de laatste jaren liggen mensen korter op de IC en sterven er minder.”

Volgens Dongelmans is er ook een keerzijde aan openheid. „Je kunt alleen goede data verzamelen, terugkoppelen en bespreken als artsen zich vrij voelen om die getallen aan te leveren, zonder meteen met de zweep te krijgen. Het gevaar is dat je door openheid de gegevensverzameling verstoort. Daar zijn genoeg voorbeelden van: Amerikaanse hartchirurgen die hun resultaten opleuken, of moeilijke patiënten weigeren. Dat wil je niet.”