Hume’s guillotine en een fles wijn

De witte iPhone van de Vlaamse journalist en politiek commentator Ivan de Vadder ligt als een heilige graal naast zijn bord. Hij wijst, „Alle nummers van alle Vlaamse politici staan hierin.”

De Vadder zit aan tafel tussen twintig jonge auteurs, in de vergaderzaal van een statig universiteitsgebouw in het zuiden van Parijs. We zijn bijeen op uitnodiging van cultuurhuis deBuren en stichting Biermans-Lapôtre. Stinkkazen en flessen vin staan klaar.

„Toen ik mijn carrière begon, bijna dertig jaar geleden, konden we alleen hopen dat politici in de buurt van een telefoon waren. We belden hun buitenverblijf, hun ouders, hun buren, overburen.”

De omloop van informatie ging langzaam. Nu twitteren politici een statement, vaak nog voor de journalist een vraag heeft kunnen formuleren. Persvoorlichters leveren een kort kwartier voor aanvang van het achtuurjournaal een verklaring in. Die wordt gescand en samengevat in het nieuws gebracht. „De tijd voor reflectie of extra factcheck mist, ja.”

Maar er niet in meegaan, dat kan volgens De Vadder niet. Soms, in de formatieperiode – die in België nogal eens eeuwig duurt – zeggen journalisten onderling: „Wij houden de voordeur in de gaten, gaan jullie bij de achterdeur staan. Maar niemand vertrouwt elkaar.” Dat is de marktwerking van de media. Het is wat het is. „Anders moet je een ander vak zoeken.”

Ik voel me ineens een jonge idealist, omdat ik denk dat ieder vak te veranderen is.

De Vadder benadrukt dat hij een man van vijftig is.

Ik denk aan de achttiende-eeuwse empirist David Hume. Hij stelde dat morele, normatieve claims pure fantasie zijn. Uit dat wat ‘is’, kan geen ‘ought’ ontspringen. Wat ‘is’, kan worden waargenomen. Wat ‘zou moeten zijn’ kan daarentegen nooit worden bewezen. De Vadder lijkt die theorie, ook wel Hume’s guillotine genoemd, te hanteren. Wat wenselijk en reëel is, heeft niets met elkaar te maken.

Maar een klein beetje wil De Vadder wel fantaseren. Wat zou moeten zijn: meer openheid. Hij zou wensen dat journalisten kleur bekennen. Maar zou hij nu vertellen wat hij stemt, dan vreest hij voor zijn professionele geloofwaardigheid. Wat zou moeten: meer diepgang en experiment. Maar de consument klikt op het web naar de artikelen over tieten en seks. Kijkcijfers zijn de eis die voorafgaat aan kwaliteit, zelfs al zijn dat Stapel-achtige statistieken. De Vadder vertelt dat er in Vlaanderen zeshonderd mensen zijn met een kastje aan de tv. Hun persoonlijk zapgedrag vertegenwoordigt tienduizenden kijkers.

Toch is hij optimist. „Zo ben ik ingesteld. Je kunt pessimistisch zijn, maar dat verandert niets.”

De Vadder kijkt naar het wijnglas voor hem op tafel. Dat is leeg. Hij pakt de fles en schenkt in. Soms laat de lege werkelijkheid precies zien wat zou moeten zijn. Santé.