Ook Japan heeft het recht om zijn krijgsmacht in te zetten

Bijna zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft de Japanse regering het in de Grondwet verankerde pacifisme van het land achterhaald verklaard en ermee gebroken. Premier Abe kondigde dinsdag aan dat de Grondwet voortaan zo uitgelegd zal worden dat Japanse militairen in actie mogen komen om hun bondgenoten bij te staan. Dat is een historisch keerpunt.

De stap van Abe is fel omstreden in Japan en ook in de regio. Maar er is veel voor te zeggen. In een deel van de wereld waar de spanningen oplopen, onder meer door de opkomst van China en het grillige gedrag van Noord-Korea, kan van Japan niet verwacht worden dat het zich tot pure zelfverdediging beperkt. Strikt genomen mag het land nu bijvoorbeeld niet in actie komen als voor de Japanse kust een vliegdekschip van bondgenoot Amerika wordt aangevallen. Zo’n beperking is niet goed voor de veiligheid en stabiliteit in de regio. Bovendien is het wenselijk dat deze economische grootmacht meer verantwoordelijkheid kan nemen bij vredesmissies in het buitenland.

Het pacifisme was na oorlog door de Amerikaanse bezetter in de Japanse Grondwet vastgelegd om een opleving te voorkomen van het militarisme en agressieve kolonialisme uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Maar absoluut was dat pacifisme allang niet meer. Zo mag het land volgens het befaamde artikel 9 weliswaar „geen land-, zee- of luchtstrijdkrachten hebben, noch er andere oorlogsmiddelen op na houden”. Maar de Japanse ‘zelfverdedigingsmacht’ is alleen in naam iets anders dan een modern leger. Ook neemt Japan al sinds de jaren negentig deel aan vredesmissies, zij het vooral met logistieke taken en nooit in een gevechtsrol.

Met de stap die Abe nu zet wordt Japan meer een normaal land. Een land dat, net als ieder ander land, met bondgenoten kan deelnemen aan collectieve zelfverdediging. Duitsland, in de Tweede Wereldoorlog bondgenoot van Japan, doet dat allang op verantwoordelijke wijze – en heeft als lid van de NAVO zelfs de verplichting zijn bondgenoten bij te staan.

Toch is de kritiek op Abes besluit niet onzinnig. Voor veel Japanners is het pacifisme deel van de nationale identiteit geworden. Daar breek je niet mee via een politieke sluipweg en zonder brede nationale discussie, zoals Abe doet. Bovendien is voor de buurlanden verontrustend dat Japan zijn oorlogsverleden nooit werkelijk kritisch onder ogen heeft gezien – zoals Duitsland dat wel heeft gedaan. Verschillende nationalistische uitspraken en acties van Abe hebben het onbehagen daarover nog versterkt. De premier zou er geen misverstand over moeten laten bestaan dat zijn land, ook al heeft het een leger dat in actie kan komen, er niet op uit is het verleden te laten herleven.