Ook de dansvloer is beeldende kunst

Hij staat dit weekend op Pitch, het festival voor danceliefhebbers. Vorige week kwam, na elf jaar, zijn nieuwe album Ex uit. Richie Hawtin: „Elke keer stelde ik mezelf te veel vragen.”

Foto Paxahau

Richie Hawtin (44) nam zijn laatste album op in het Guggenheim museum in New York. Dat optreden, een live set rond een prachtige zuil met videokunst onderin het slakkenhuisvormige trappenhuis, was de opmaat naar een nieuw album. Het eerste in elf jaar. Beneden in de hal stond een witte obelisk, waar videokunst op werd geprojecteerd. De tekeningen flikkerden synchroon met de plastic blieps en acid strings die de minimal producer aanstuurde vanaf de verhoging. Op de galerijen eromheen lichten de gezichten van it-girls, zoals actrices Zosia Mamet (Girls) en Elisabeth Olsen (zusje van), in hetzelfde ritme op.

Na afloop ging hij vijf dagen terug de studio in. Vorige week verscheen het resultaat: Ex (Recorded Live at the Guggenheim), precies twintig jaar na zijn eerste album Sheet One.

Richie Hawtin, de Brits-Canadese producer die in de jaren negentig Detroit definitief op de kaart zette als technohoofdstad, kreeg in Europa vooral naamsbekendheid als Plastikman.

De kruisbestuiving tussen kunst en muziek is een rode draad in het verhaal dat Hawtin vertelt vanuit zijn tweede woonplaats Berlijn. Het optreden in het Guggenheim was de stok achter de deur om weer de studio in te gaan. Raf Simmons, hoofdontwerper bij Dior, sponsor van het evenement, was al jaren fan. Hij nodigde hem uit. „Op zo’n indrukwekkende plek wilde ik niet volstaan met een ‘gewone dj-set’.”

Hoe heeft het Guggenheim je album beïnvloed?

„Het Guggenheim bood me de kans een optreden te doen dat erg ver van de dansvloer afstond. De ruimte, de kunst aan de muur, het gaf me een enorm gevoel van vrijheid. Een paar weken voor de show ben ik poolshoogte gaan nemen. James Turrell’s Aten Reign-installatie vulde toen het trappenhuis. De ruimte was bedoeld voor meditatie en reflectie. Ik stapte naar binnen en werd geraakt. Het was zo transparant, zo ruimtelijk. Turrell maakt kunst die je omvat, onderdompelt. Ik wilde muziek creëren die een bezoeker op dezelfde manier meeneemt.”

Jij zegt dat er een onuitgesproken dialoog is tussen beeldende kunst en muziek.

„Ik begrijp niet waarom mensen kunst en muziek als verschillende disciplines zien. Het is gewoon een andere manier van het overbrengen van je emoties. Een schilderij, een installatie, het zijn emoties gevangen in iets fysieks. Muziek is doorgaans minder tastbaar. Misschien had ik daarom ook wel de behoefte om een nieuw album te maken.”

Jarenlang deelde je een woning met je broer Matthew, beeldend kunstenaar. Hoe heeft zijn werk jou beïnvloed?

„Overdag liep ik altijd door Matthews atelier naar mijn eigen studio. Als ik langs het werk aan de muur bij Matthew liep, dacht ik na over het proces wat daaraan vooraf ging. De meeste artiesten die ik bewonder, onder wie mijn broer, hebben een voorkeur voor het abstracte, het minimale. Het zijn meesters in de kunst van het weglaten. Waarom koos hij voor deze kleuren, wat maakt juist deze streep tot de kern van het werk, vroeg ik me af. Dezelfde vragen stelde ik mezelf daarna als ik in de studio zat.”

Je vergelijkt je eigen werk met dat van beeldend kunstenaar Anish Kapoor. Hij had vorig jaar een grote expositie in Berlijn, waarbij een kanon rode verfkogels afvuurde in de hoek.

„Die installatie ging eigenlijk niet over die bloederige hoop verf op de grond. Een mannetje van het museum kwam de kogels afvuren. Bezoekers stonden dan al klaar met gehoorbescherming. Ze wisten niet wanneer de knal ging komen.

Die verwachting, daar speelt Kapoor mee. Er is eerst een spanningsopbouw en dan ineens, boem, is daar de ontlading. En dat doet me denken aan de dansvloer. Het zijn euforische momenten die komen en gaan. Dat is wat great art doet. Het tilt je op en neemt je mee. En het laat je soms verwoest achter.”

Je laatste volledige album Closer is uit 2003, waarom duurde het zo lang?

„Uitgaan, feesten met vrienden, het runnen van mijn M-nus label en het organiseren van mijn eigen Enter-avond op Ibiza, daar lag de focus. Op Ibiza zag ik als programmeur veel sets van dj’s als Recondite en Maya Jane Coles voorbijkomen, dat inspireerde me. Zo werk ik eigenlijk altijd. Closer nam ik ook in een paar dagen studiotijd op.”

Was het alleen een drukke agenda?

„De afgelopen vijf, zes jaar ging het moeizaam in de studio. Elke keer stelde ik mezelf te veel vragen. Wat ben ik aan het doen, waarom doe ik dit? Het creëerde een soort roadblock. Maar dit album is een van de gemakkelijkste dingen die ik ooit heb gedaan.”

Is het alleen een live opname van het Guggenheim-concert?

„Het materiaal nam ik in een keer op in de studio in Berlijn. Tijdens het optreden in New York testte ik het werk uit op het publiek. Uiteindelijk ben ik met die opnames vijf dagen terug de studio ingegaan in Canada. Een track, met een vrij spastische drumroll, heb ik eruit gehaald. Die vond ik te veel op de dansvloer gericht.”

Is het album daar niet voor bedoeld?

„Het was niet mijn behoefte om verder van de dansvloer weg te drijven, maar Ex is evenmin voor de dansvloer gemaakt. Dit album doet me meer denken aan Consumed (M-nus 1998). Ik wilde de kicks niet de rest laten overstemmen. Ik wilde mensen ook de warmte laten voelen van de lagere frequenties.”

Die zware synths roepen de sfeer op van oude pakhuisrave

„Ik heb alleen een laptop gebruikt, geen analoge apparatuur. Eerst wilde ik dat niet vertellen, omdat er dan heel veel mensen zouden zijn die zouden zeggen: zie, het was digitaal. Maar de manier waarop iets is opgenomen, daar gaat het eigenlijk niet om.

De meest geweldige albums zijn gemaakt met de meest verschrikkelijke techniek. Denk aan de Beatles, hun eerste albums zijn volgens mij nog opgenomen in mono.

Waar het om gaat, is het vangen van een bepaalde emotie. De computer stond me toe om het snel op te nemen en in een keer de bui te vangen waarin ik deze herfst was.”

En dat was?

„Blij en verdrietig tegelijk. Blij omdat ik weer aan het produceren was. Verdrietig omdat ik zo lang niet had gedaan wat ik het liefste doe. Mijn meisje was bij me in de studio, we zijn nu zes jaar samen. Zij had me nog nooit muziek horen maken! Die sfeer, die mix van emoties, hoor je terug. Het is wat melancholisch. Daarom heet het laatste nummer ook ‘Exhale’, het was letterlijk een zucht van opluchting.”

Je noemt het niet een album, maar een experiment dat je tussendoor even doet. Waarom?

„We verliezen de potentie van wat een album kan zijn. Zoveel mensen luisteren alleen nog naar losse tracks of skippen door verschillende albums heen via Spotify. Veel artiesten reageren daarop door albums te produceren waarvan het ze ook niet meer uitmaakt of die in stukjes worden geknipt. Ik wilde echt een ervaring creëren die je onderdompelt.”