Onderzoek darmkanker door RIVM aangepast

Ziekenhuizen kunnen het aantal doorverwijzingen voor darmkankeronderzoeken niet meer aan, en daarom roept het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) tijdelijk minder mensen op om mee te doen. Bovendien wordt de eerste test strenger geïnterpreteerd, zodat minder mensen voor nader onderzoek op darmkanker naar het ziekenhuis moeten. Dat meldt het RIVM op de eigen website.

Het begin dit jaar ingevoerde bevolkingsonderzoek op darmkanker leverde onverwacht veel vermoedens van darmkanker op. Volgens het RIVM meet de test „gevoeliger” dan verwacht. Daardoor worden veel mensen die geen darmkanker hebben doorgestuurd.

Darmkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker; jaarlijks overlijden er 5.100 mensen aan. Voor het onderzoek worden dit jaar 875.000 mensen uit vier geboortejaren uitgenodigd, die een buisje met ontlasting kunnen insturen. Het laboratorium meet bloed in de ontlasting, wat kan wijzen op kanker. Het is de bedoeling dat in de toekomst iedereen tussen de 55 en 75 jaar elke twee jaar meedoet.

In de eerste vijf maanden bleek dat 13 procent van de mensen voor nader onderzoek naar het ziekenhuis moesten. Op grond van proefonderzoek was de verwachting dat dat 6 procent zou zijn. Het RIVM schrijft dat het hoge doorverwijspercentage komt doordat in het begin veel 75-jarigen zijn uitgenodigd, bij wie de kans op bloed in de ontlasting groter is. Bovendien moest de fabrikant de test aanpassen omdat door een technisch mankement „kleine hoeveelheden bloed in de ontlasting al tot een positieve uitslag kunnen leiden”.

Er was eerder kritiek van onder meer de Gezondheidsraad op de gekochte test. Het RIVM gaat de ‘afkapwaarde’ verhogen: er moet meer bloed gevonden worden voordat mensen worden doorgestuurd.

De verwachting was dat door het onderzoek op termijn jaarlijks bijna de helft van de darmkankersterfte kan worden voorkomen.