Mensen negeren Zwarte Piet niet meer

Geen kindervriend, maar een discriminerend stereotype. Quinsy Gario wil geen piet meer zien bij de sinterklaasintocht. Vandaag doet de rechtbank uitspraak over zijn klacht.

Foto Andreas Terlaak

Midden in de Amsterdamse Bijlmer staan zo’n tachtig kleurrijke woningen rond een vierkante binnenplaats. Op de muren zit graffiti – het werk van de Braziliaanse kunstenaars die dit creatieve wooncomplex bezochten. Er woont een modeontwerpster. Een theatermaker. En Quinsy Gario (29), de dichter die Nederland een beetje op z’n kop zette door de onschuld van Zwarte Piet in twijfel te trekken.

We zitten in Gario’s woonkamer. Betonnen vloer, kasten met boeken over kunst, geschiedenis, sociologie. In een doos liggen zijn dichtbundels, zijn pseudoniem staat op de kaft. „Gelukkig maar. Veel mensen weten niet dat ik die dichter ben.”

Tegen de muur staan werken van zijn moeder. Zij is ook kunstenaar. En de reden dat Gario zijn gevecht begon tegen Zwarte Piet.

Wat is er eigenlijk mis met de man die snoepgoed strooit naar kinderen?

„De al-tijd zwarte Zwarte Piet, is de knecht van de al-tijd witte Sinterklaas. Dat vind ik scheef.”

Maar het is toch een gezellig kinderfeestje?

„Precies. En daarom is het fout.”

Op een zomerse dag in 2011 deed Quinsy Gario mee aan een poëziewedstrijd. Dat deed hij wel vaker, maar nooit eerder was hij zo zenuwachtig.

In het allereerste T-shirt met de tekst ‘Zwarte Piet is Racisme’ droeg hij een kritisch verhaal voor over ‘de knecht’. De zaal viel stil. De jury vond het gedicht technisch goed, maar was het oneens met de stelling.

Daarna ging het snel. Meer shirts werden bedrukt – en aangetrokken. Supporters deelden foto’s in dat shirt op Gario’s website.

Niet iedereen was blij. Op Twitter vielen mensen over hem heen. Iemand vond het tijd dat deze ‘jankneger’ weer een eigenaar zou krijgen. Een ander vond dat hij in de zak mee naar Spanje moest. Hij ontving bedreigingen.

Zelf was Gario vrij snel klaar met het T-shirtproject. Kunstenaars als hij willen even prikkelen en dan verder met het volgende.

Toch bleef hij deze keer hangen. De reden: dat het hem lukte een maatschappelijke discussie aan te wakkeren over de onderdanige positie van Zwarte Piet in onze sinterklaastraditie.

Drie sinterklaasvieringen verder twijfelen Nederlanders steeds meer aan de figuur van Zwarte Piet. Freek de Jonge en Paul de Leeuw zijn al klaar met hem. Gario: „Ik had nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ze wisten eerst echt niet wat ze met me aan moesten.”

Wie zijn ‘ze’?

„De media. In het begin noemden ze kritiek op Zwarte Piet vaak gezeur. In 2011 werd ik gearresteerd tijdens de Sinterklaasintocht in Dordrecht. Ik had een Zwarte Piet is Racisme-shirt aan. De politie wilde dat ik het shirt uittrok en ik weigerde dat. GeenStijl deelde het arrestatiefilmpje, dat vervolgens de hele wereld over ging. Ik dacht: nu kan ik eindelijk mijn verhaal doen. DWDD wilde mij in de uitzending. Maar ze stelden het steeds uit. Uiteindelijk zat er een donkere man aan tafel, verkleed als Sinterklaas. Hij vond de zwartepietendiscussie gezeur.” Gario schudt lachend zijn hoofd.

„Het jaar daarop merkte ik dat er steeds meer en ook anders geschreven werd over de discussie. Mijn werk is gedaan, dacht ik.”

Wat werd er dan geschreven?

„Dat het een non-discussie was.”

Daar heb je toch niets aan?

„Zeker wel. Vijftig jaar geleden wilden sommigen al af van Zwarte Piet, maar daar werd amper op gereageerd. Mensen zeggen nare dingen, maar ze negeren het onderwerp nu niet. Dat is een teken van erkenning.”

Het verhaal van Gario’s strijd begon vier jaar geleden met een telefoontje van zijn moeder. Met trillende stem vertelde zij hoe de receptioniste van haar kantoor tegen haar had gezegd: ‘We vroegen ons al af waar onze Zwarte Piet bleef.’ In de tijd dat zijn moeder op Curaçao opgroeide was Zwarte Piet de boeman, zegt Gario. „Ze schaamde zich diep.”

De intentie was natuurlijk niet slecht, maar het effect was dat wel, vindt hij. Het was de aanzet voor zijn abrupte activisme.

Quinsy Gario kwam op zijn zeventiende naar Nederland om te studeren. Eerder, als kind, woonde hij hier al een paar jaar. Maar hij groeide voornamelijk op Sint-Maarten op.

Werd er thuis gesproken over het slavernijverleden van je voorouders?

„Nee, eigenlijk niet.”

En over de huidige positie van gekleurde mensen in Nederland?

„Ook niet. Mijn ouders leerden van hun ouders dat je vervelende opmerkingen moet inslikken. Er is weinig veranderd. Er zijn mensen die op hun werk belachelijk worden gemaakt vanwege hun huidskleur. Sommige kinderen willen rond Sinterklaas niet naar school omdat ze worden uitgemaakt voor Zwarte Piet. Er wordt bijna nooit iets van gezegd, je wilt er geen groot ding van maken.”

Sinds 2012 schuift Quinsy Gario aan bij de Amsterdamse burgemeester Van der Laan en bestuursleden van de sinterklaasintochtorganisatie. Gario wil tijdens de jaarlijkse intocht geen Zwarte Piet meer zien. De burgemeester hoopt dat hij en de intochtencommissie dat zelf zullen uitvechten.

Levert het iets op?

„Niet echt. De burgemeester luistert, maar gebruikt mij ook als dekmantel. Zo van: ‘Je hoeft geen kritiek te hebben op de intocht want we praten al met Quinsy.’ Ik weet ook wel dat zo’n gesprek in zijn ambtswoning het probleem niet oplost. Polderen over racisme is kolderiek. Dat is waarom ik vorig jaar een juridische klacht heb ingediend tegen de vergunning voor de sinterklaasintocht.” De uitspraak daarover is vandaag.

Wat probeer je te bereiken?

„Ik wil dat mensen nadenken over de betekenis van Zwarte Piet, het stereotype dat hij oproept. De dienstbaarheid van de zwarte man tegenover de witte man. Beeldvorming is heel belangrijk. Als mensen maar vaak genoeg als onderdanig worden neergezet, worden ze ook zo behandeld. Dat zie je aan de ondervertegenwoordiging van donkere mensen in hoge posities. ”

Het woord neger wordt nog veel gebruikt.

„Het woord werd geïntroduceerd op Surinaamse plantages door plantagehouders die donkere mensen als vee zagen. ”

Er zijn mensen die het gebruiken omdat donkere mensen zelf het woord zouden gebruiken.

„Er wordt gesproken over Surinamers, Antillianen, Ghanezen, maar bijna nooit over negers. Ik heb het witte en donkere rappers horen zeggen, maar dat heeft volgens mij meer te maken met de veramerikanisering van de Nederlandse straatcultuur.”

Waarom is het zo moeilijk om onze denkbeelden aan te passen?

„We zien overal dat wit zijn de norm is en de rest afwijkend: in de media, de kunstwereld, de politiek, de economie, het onderwijs. We moeten ‘zwart zijn’, ‘ migrant zijn’ en dus ‘Nederlander zijn’ op een andere manier definiëren in Nederland. Dan pas kunnen we de vastgeroeste denkbeelden aanpakken.”