Meer macht, minder debat in Tweede Kamer

Het verbond van de regeringspartijen met D66, ChristenUnie en SGP kreeg dit jaar vaste vorm. Slechts een handjevol Tweede Kamerleden had hierdoor echt invloed.

Een tsunami aan wetgeving raasde het afgelopen politieke seizoen door het parlement. Na een lange, onzekere aanloop wist het kabinet-Rutte in de eerste zes maanden van dit jaar alle belangrijke hervormingen en bezuinigingen uit het regeerakkoord in hoog tempo door de Tweede en Eerste Kamer te leiden.

Dé ontwikkeling in dit politieke jaar, dat vandaag zijn laatste dag beleeft, was de bestendiging van de ‘C3’: de steun van oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP aan het kabinet. Wat begon als een noodverband om de begroting (en het voortbestaan) van Rutte II te redden, groeide uit tot een volwaardige gedoogconstructie die steeds meer beleidsterreinen omvat, zoals zorg en defensie. Opvallend: hoewel het verbond met de C3 werd gesmeed vanwege de Eerste Kamer, waar Rutte II geen meerderheid heeft, versterkten al die akkoorden juist de dominante rol van de Tweede Kamer – vaak tot ongenoegen van senatoren.

Privileges

Op zijn persconferentie verkondigde premier Rutte week in week uit dat de politiek zich voortaan zal moeten instellen op ‘wissellende meerderheden’. Maar in de praktijk bestonden die nauwelijks: de partners van het herfstakkoord waakten als jaloerse echtelieden over de privileges die ze sinds oktober hadden verworven.

Wenste één van de C3-partners niet dat het kabinet met een andere partij zaken deed, dan gebeurde dat niet. GroenLinks mocht meedoen aan een deal over het leenstelsel voor studenten, maar dat kon alleen omdat deze hervorming de rest van de begroting ongemoeid liet. Met de ‘superprovincie’ – het kabinetsplan om Noord-Holland, Utrecht en Flevoland samen te voegen tot één landsdeel – liep het heel anders. Nadat met name de ChristenUnie had laten weten de begrotingsafspraken niet te willen aanpassen om te voldoen aan wensen van GroenLinks, zette het kabinet meteen een streep door het voornemen.

Er was zeker wat te halen voor Kamerleden in dit politieke jaar, maar dan moest je wel van de goede partij zijn: D66, ChristenUnie of SGP. En de buit werd nooit publiekelijk verdeeld. „We hebben als parlement meer invloed gekregen, maar het debat in de Kamer is juist minder spannend geworden”, zegt Tweede Kamerlid Pieter Heerma, wiens CDA-fractie geen enkel akkoord sloot met het kabinet. Hij bespeurt onder de huidige gedoogconstructie „een herwaardering van de achterkamer”.

PvdA’er Jacques Monasch geeft toe dat vrijwel alles achter de schermen werd afgekaart, maar vindt het onderhandelingsproces toch transparanter geworden. „Je ziet voortdurend Kamerleden van de oppositie het ministerie van Financiën binnenlopen. Dat is voor iedereen zichtbaar. De deur gaat weliswaar dicht, maar we weten wat erachter besproken wordt.”

De C3-partijen profiteerden electoraal van hun constructieve houding. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraden (maart) en het Europees Parlement (mei) boekten ze fraaie overwinningen, terwijl coalitiepartijen VVD en PvdA voor hetzelfde beleid klop kregen van de kiezer. Toch valt lastig vol te houden dat D66, ChristenUnie en SGP dé winnende strategie hebben gekozen. Ook de ‘echte’ oppositie van CDA en GroenLinks boekte winst, net als de ‘neezeggers’ van de SP.

Backbenchers

Al die gedoogakkoorden, zeggen Kamerleden, waren wel een feestje van de happy few. De fractieleiders van de C3 en een handjevol Kamerleden met belangrijke portefeuilles schitterden het afgelopen jaar. D66-leider Alexander Pechtold kandideerde zich in deze krant zelfs voor het premierschap.

Voor ‘gewone’ Kamerleden was er weinig eer te behalen: hun opdracht was de politieke deals van hun bazen veilig door de Kamer loodsen. Er was één uitzondering: het compromis over het leenstelsel, dat grotendeels in elkaar werd getimmerd door twee fractie-experts, Jesse Klaver (GroenLinks) en Pieter Duisenberg (VVD).

Na het zomerreces breekt een nieuwe fase aan voor de Tweede Kamer. Alle belangrijke wetgeving is dan door het parlement geloodst, en de aandacht zal verschuiven naar de – waarschijnlijk moeizame – uitvoering van de hervormingen op de arbeidsmarkt, de woningmarkt en in de langdurige zorg. Een kans voor de tientallen onzichtbare backbenchers bij regeringspartijen VVD en PvdA om zich meer te laten zien?

Dat is maar de vraag. Het zou goed kunnen dat het initiatief na de zomer verschuift naar de oppositie, die het kabinet voortdurend zal wijzen op fouten en misstanden. Met name het CDA heeft zich handig gepositioneerd, met een mix van voorstemmen en hameren op dreigende problemen bij de uitvoering. ‘Slimme oppositie’, noemt CDA’er Heerma dat. In coalitie zeggen ze: opportunisme.