Liet Hennis zich piepelen?

De top van het ministerie had jarenlang niet door dat de ICT zo verouderd was dat het werk in gevaar kwam. Minister Hennis toont vooral begrip.

Minister Hennis (Defensie, VVD) tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer, afgelopen dinsdag. Foto Novum

Nadat minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) gisteren aan de Tweede Kamer had uitgelegd waarom ze vier ICT-managers uit hun functie had gezet, drong zich één vraag op. Waarom zit de ambtelijke top van het ministerie eigenlijk nog op zijn plek?

De minister kwam de Kamer uitleg geven over de automatiseringsramp bij Defensie. In haar eigen worden: de ICT-apparatuur is „sterk verouderd”, de verhoudingen binnen de afdelingen die voor de automatisering verantwoordelijk zijn, zijn al jaren „ernstig verstoord”. Het had er allemaal toe geleid dat er „risico’s waren voor de continuïteit van de bedrijfsvoering”. Hoewel Hennis benadrukte dat militaire missies niet in gevaar waren, bestempelde ze een evaluatie over de ICT-problemen als vertrouwelijk omdat Defensie anders „kwetsbaar” zou zijn.

En al die structurele problemen, zo legde Hennis uit, waren haar pas in mei gebleken, nadat ze al anderhalf jaar het departement had bestuurd. Toen vielen netwerken en een van de drie datacentra van Defensie uit, en bleek ook nog eens dat er te weinig reservecapaciteit was om die uitval op te vangen. Het was een „wake-upcall” voor Defensie, zei Hennis. Voor die tijd werden de automatiseringsproblemen „niet herkend en erkend”. Terwijl, ook weer volgens de minister zelf, goede ICT van „strategisch belang voor Defensie is”.

De vraag is: wat is de top van een organisatie waard die jarenlang blind is voor de voortdurende beschadiging van een strategisch belang? En die ook nog een blijkbaar disfunctionele ICT-organisatie laat bestaan? Wat citaten uit een externe evaluatie: „Elkaar aanspreken op ‘afspraak = afspraak’ of op performance is blijkbaar niet de heersende cultuur. [...] Het lerend vermogen van de organisatie is onvoldoende sterk ontwikkeld. [...] Het uitvoeren van een besluit wordt niet gezien als logisch en normaal.”

Kamerleden van de oppositie geloofden niet dat deze situatie bij de Defensietop onbekend was. „De minister is gepiepeld door haar ambtenaren”, zei SP-Kamerlid Jasper van Dijk. Volgens CDA’er Raymond Knops was de minister „slecht geïnformeerd door haar organisatie”. Hennis ontkende dat. Ook haar ambtelijke top, zo probeerde ze een sceptische Kamer te overtuigen, was verrast door de omvang en ernst van de problemen.

Toch is het omgekeerde waarschijnlijker: dat haar ambtenaren de problemen kenden, maar vermeden. Dat automatisering voor Defensie een probleem is, kán namelijk geen verrassing zijn. Neem alleen al het feit dat het grootste automatiseringsproject van Defensie, de bouw van het logistieke systeem Speer, een welbekend fiasco is. Het werd met jaren vertraging opgeleverd, was vijf keer zo duur als begroot (kosten: 1 miljard euro), en functioneert voor 30 procent.

Eerder ligt het voor de hand dat Hennis – deze week alleen al geplaagd door roestende helikopters, een leegstaande nieuwe kazerne, een gestolen tank en kritiek op het begrotingsbeheer door de minister van Financiën – het zich niet kan veroorloven ruzie te maken met haar topambtenaren. Zonder hun steun is een bewindspersoon machteloos, misschien juist als die ambtenaren medeverantwoordelijk zijn voor het probleem.

Dat Hennis snel verbeteringen kan laten zien is niet waarschijnlijk. De visie op automatisering die er begin dit jaar had moeten zijn, is uitgesteld tot ergens volgend jaar. „We moeten eerst weten wat we willen.” En hoe lang het duurt voordat de systemen weer betrouwbaar zijn, kon de minister ook niet zeggen. En hoeveel het gaat kosten, wist ze ook niet. Behalve dan dat het een „pittig bedrag” wordt.