Iran wil samen met Westen terreur bestrijden

De Iraanse ambassadeur pleit voor een groot initiatief om terrorisme te bestrijden. De opmars van jihadisten in Irak bedreigt alle landen, zegt hij.

Over minder dan drie weken moet er een akkoord liggen over het controversiële nucleaire programma van Iran. Het zou een enorme doorbraak zijn, na jaren van hoog oplopende spanningen, sancties en oorlogsdreiging. Iran en de grootmachten – de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, China, Rusland en Duitsland – zijn gisteren weer bijeengekomen in Wenen voor het laatste en lastigste deel van de onderhandelingen: het opstellen van de tekst van het akkoord.

„Als jurist weet ik hoe lastig dat is”, zegt Alireza Jahangiri, de nieuwe Iraanse ambassadeur in Den Haag. „De onderhandelingen zelf gaan vaak veel soepeler, want dan gaat het over de grote lijnen. Maar zodra de afspraken in tekst moeten worden omgezet, worden de partijen veel voorzichtiger. Want elk woord heeft zijn eigen connotatie, en precisie is van groot belang. Daar zullen ze de komende drie weken mee bezig zijn in Wenen.”

Jahangiri is zelf niet betrokken geweest bij de onderhandelingen. Maar van voormalige collega’s bij het Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, waar hij werkte voordat hij in april werd aangesteld als ambassadeur, hoort hij soms wel wat juridische details over de onderhandelingen. „Ik ben vanaf het begin optimistisch geweest”, zegt hij, „want ik heb van nabij gezien hoe graag de regering een akkoord wil. En hopelijk zijn de andere partijen net zo vastbesloten.”

Voor het Westen is een deal urgenter geworden nu sunnitische jihadisten een groot deel van Irak hebben veroverd. Iran is één van de weinige landen in het Midden-Oosten die nog stabiel zijn. In de marge van de nucleaire onderhandelingen in Wenen is de crisis in Irak ook ter sprake gekomen. Maar daar zijn geen concrete afspraken gemaakt over samenwerking in de strijd tegen de jihadisten.

Jahangiri: „De Verenigde Staten wilden niet te veel vragen van Iran, omdat het daarvoor iets terug zou willen in de nucleaire onderhandelingen. Dan zou de balans in de gesprekken te veel overhellen naar Iran.”

Iran kijkt met grote bezorgdheid naar de ontwikkelingen in Irak. Het is niet de eerste keer dat het een buurland ziet veranderen in een vrijhaven voor terroristen. Dat gebeurde ook in Afghanistan, waar Al-Qaeda eind jaren negentig trainingskampen mocht opzetten van het Talibaanbewind. Er leven nog altijd bijna 1,5 miljoen Afghaanse vluchtelingen in Iran.

„Nu gebeurt hetzelfde in Irak, dat een 1.600 kilometer lange grens deelt met Iran. Dit is niet alleen erg schadelijk voor Iran, maar voor de hele regio en zelfs voor de wereld. We hebben een groot internationaal initiatief nodig om terrorisme te bestrijden. De groei van extremisme bedreigt alle landen, ook Europa. Kijk maar naar de kranten in uw land, u voelt zich bedreigd, ook al bent u ver verwijderd van het Midden-Oosten. Maar u vreest ook dat de extremisten geradicaliseerd en getraind terugkomen uit Irak en Syrië. We hebben tot nu toe geen echt initiatief gezien om een einde te maken aan dit probleem.”

De VN-Veiligheidsraad heeft talloze malen geprobeerd iets te doen aan de crisis in Syrië. Maar dit werd telkens door Rusland en China, bondgenoten van Syrië, geblokkeerd.

„De Veiligheidsraad heeft nooit echt geprobeerd een einde te maken aan het conflict in Syrië. De terroristen die tegen de regering vechten worden met geld en wapens gesteund door sommige landen in de regio. Ik wil ze niet noemen. Ze proberen Syrië te destabiliseren en de regering te veranderen. Nu doen ze hetzelfde in Irak. Maliki is een democratisch gekozen leider en we moeten het land helpen op die weg verder te gaan.”

Maliki mag dan democratisch gekozen zijn, de crisis is voor een belangrijk deel aan hem te wijten. Hij heeft de sunnieten gemarginaliseerd. Hoe lang blijft Iran hem nog steunen?

„We helpen Maliki met het bestrijden van terrorisme. Maar we bemoeien ons niet met de binnenlandse politieke aangelegenheden van Irak. We geven hem wel advies, want de veiligheid van onze buurlanden is belangrijk. [De Iraanse opperste leider] Khamenei zei dat Maliki Irak bijeen kan houden met steun van de geestelijken. Het is te makkelijk om Maliki de schuld te geven van de crisis.”

Iran steunt de regimes in Syrië en Irak. Zo dreigt de strijd te ontaarden in een breder conflict tussen Saoedi-Arabië en Iran, tussen sunnieten en shi’ieten in de hele regio.

„Het is geen conflict tussen sunnieten en shi’ieten. Dat is een dekmantel om door te gaan met de oorlog. Sunnieten en shi’ieten hebben een lange periode vreedzaam samengeleefd. Er zijn gemengde huwelijken. Maar de inmenging van andere landen heeft de verhoudingen op scherp gezet.”

De Koerden in Noord-Irak hebben van de crisis gebruik gemaakt om hun de facto staat te versterken. Vreest Iran dat zijn eigen Koerdische minderheid zich ook zal roeren?

„Ik ben zelf een Koerd uit het westen van Iran. De positie van de Koerden in Iran is anders dan in Irak, ze zijn meer geworteld in de geschiedenis en cultuur van het land. Ze mogen hun eigen taal spreken, hebben hun eigen media. Ze zijn uiteraard bezorgd over de situatie in Irak en het lot van de Koerden. Er zijn in de grensstreken nauwe banden tussen Iraakse en Iraanse Koerden, die onderling trouwen. Er zijn wel Koerdische rebellen in Iran die strijden voor autonomie, maar die spelen een marginale rol.”