In hitte denk je niet aan rondvliegende kogels

D e imam praat zacht en kijkt me niet aan terwijl hij vragen beantwoordt. Aan de andere kant van de kamer zoemt een airconditioning waarmee het niet lukt de temperatuur onder de 35 graden te krijgen. De hitte maakt me loom. Voordat we de ruimte naast deze moskee aan de rand van Kirkuk in Irak binnenstapten, heb ik een hoofddoek omgeslagen. Hij is van dun katoen, maar voelt toch klef in mijn nek.

Tijdens een lang antwoord inclusief korancitaat, waarvan de vertaling op zich laat wachten, dwalen mijn gedachten af en begin ik te knikkebollen. Ik betrap mezelf erop dat ik mijn ogen al een paar seconden dicht heb. Om niet echt in slaap te vallen, begin ik een regime van elke paar seconden van houding veranderen.

Kirkuk ligt tegen de steeds verschuivende Iraakse frontlinie aan. Niet ver hier vandaan vechten Koerdische militairen met moslimextremisten. Overal zijn wegversperringen, om het zelfmoordterroristen met autobommen moeilijker te maken. Onze veiligheid zou nu mijn grootste zorg moeten zijn, maar door de hitte denk je niet meer aan rondvliegende kogels. Voortdurend scan ik mijn omgeving op stroken met schaduw.

H alverwege de ochtend is het al 45 graden. Zelfs de zwarte Kia Picanto met airco van de vertaler is een oase in vergelijking met de stoffige straten. Wanneer we uitstappen om iemand op straat aan te spreken slaat de warme lucht als een föhn in mijn gezicht en voel ik mijn contactlenzen opdrogen.

De meeste winkels zijn dicht. Het is stil op straat, met uitzondering van de lange rijen voor benzinestations. De strijd en vluchtelingenstroom zorgen voor tekorten. Mannen staan zeven uur in de rij voor een halve tank benzine. Bestuurders hurken naast hun auto’s. Over de voorruiten liggen dekens.

Als het boven de vijftig graden komt, kondigt de regering een vrije dag af en mogen ambtenaren naar huis. Vandaag zou niemand daar iets aan hebben. Het is vrijdag, de zondag van moslims, en de overheid is sowieso gesloten.

In het kantoor waar ik een volgende afspraak heb, ligt de stroom er uit. Geen stroom betekent geen verkoeling. De zon staat pal op de ramen op de eerste verdieping. Op het bureau staat een doos tissues waar we alle drie uit plukken terwijl we het gesprek afraffelen en zweet wegvegen. Ik voel stralen over mijn rug lopen. Als hij opstaat om afscheid te nemen, zie ik dat het shirt van de man tegenover me van zijn borst naar beneden doorweekt is geraakt. Geen wonder dat hij zo weinig interessants zei. Hoe kan iemand in dit klimaat functioneren?

A ls de zon onder is, wordt het een paar graden koeler. De familie waarbij ik overnacht zit tegen elf uur ’s avonds samengepakt in de ruime huiskamer met tv en de enige airconditioning die het op dit moment doet. De elektriciteit is uitgevallen. De generator is te zwak voor meer dan een airco. Ik ga erbij zitten. Wat als de brandstoftekorten zo groot worden dat de generatoren niet kunnen worden bijgevuld, schiet door mijn hoofd?

De hitte went niet. Gastheer Nwenar wacht met naar bed gaan tot er weer stroom is, zegt hij. „Anders lukt het me toch niet om in slaap te komen.” Meestal kunnen na een paar uur de airco’s wel weer aan zodat de slaapkamers kunnen afkoelen. Het raam openzetten werkt averechts. Het is buiten nog altijd warmer dan binnen.

Ik ga toch liggen. De moeheid wint het van de hitte. Na een uur is de elektriciteit terug en kan de airco aan. Hij staat op 27 graden, een verademing voor zolang het duurt. Rond vijf uur ’s ochtends word ik wakker van de warmte. De airco is uit. De zon ook al weer op.