‘Genesis’ symboliseert geboorte en groei

In ‘Genesis’, te zien op Julidans, werkt de Chinese danseres Yabin Wang samen met de Vlaams-Marokkaanse danser/choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui. „De mix van Oost en West sprak mij aan.”

Koen Broos

Ze heeft hem, oneerbiedig uitgedrukt, op internet opgeduikeld. Op zoek naar een partner voor een nieuw project van haar jaarlijkse voorstelling Yabin & Her Friends stuitte de Chinese danseres Yabin Wang (30) op een zekere Sidi Larbi Cherkaoui (37). Een man met Vlaams-Marokkaanse wortels en een volkomen andere culturele achtergrond, maar net als zij een danskunstenaar die een breed scala aan stijlen in het lichaam heeft opgeslagen. Yabin combineert klassieke Chinese dans, ballet en moderne dans, Cherkaoui alles van hiphop en hedendaagse dans tot en met Indiase kuchipudi, Spaanse flamenco en Argentijnse tango.

Yabin werd, zoekend op internet, vooral getroffen door het veel bekroonde Sutra, gemaakt voor Chinese Shaolin-monniken, en Zero degrees, waarin Cherkaoui met de Brits-Bengaalse kathakdanser Akram Khan danste. „Wat mij aantrok in Larbi’s werk is de mix van Oost en West, de liefde en humaniteit”, verklaart ze, sierlijk gebarend, in de tuin van het oude Ursulinenklooster te Montpellier. De danseres, in heel China geliefd als actrice in tv-series, besloot hem uit te nodigen.

De avond tevoren heeft Yabin met drie Chinese collega-dansers en een Japanse, Griekse en Amerikaanse danser van Cherkaoui’s groep Eastman hun gezamenlijke productie Genesis gedanst in de Opéra Berlioz. De beeldentaal van Genesis is typisch Cherkaouiaans: het stuk opent met een lege, klinische ruimte waarin mensen in witte jassen en mondkapjes verdoold bewegen in een labyrint van manshoge reageerbuizen of couveuses. Cherkaoui’s specialiteit, de ‘handenchoreografie’, neemt hier de vorm aan van een krimpend en uitdijend universum, en uiteraard is er de kenmerkende bewegingstaal die extreme lenigheid en fluïditeit van beweging vereist.

Genesis is het resultaat van een kennismaking die vier jaar geleden begon. Eenmaal in de studio bleek dat de Belg en de Chinese met elkaar konden lezen en schrijven. Cherkaoui verbaasde zich over het gemak waarmee Yabin en haar dansers zijn stijl oppikten, Yabin herkende zich in Cherkaoui’s spiritualiteit. Ook zij wil uitdrukking geven aan haar geloof in het goede in de mens en ziet in dans een instrument om te informeren. „Ik wil mij niet beperken tot het creëren van mooie vormen, maar wil ook uitleg bieden over de wereld om mij heen.”

In Genesis draait het om de grote vragen ‘waar komen wij vandaan?’ en ‘waar gaan wij naartoe?’ De karakters waarmee in het Chinees het woord ‘genesis’ wordt gespeld, staan afzonderlijk voor geboorte en groei. „En niet alleen groei op fysiek, maar ook op metafysisch niveau; je groei als individu.” Genesis laat die groei in omgekeerde chronologie zien; aan het begin sterft een man en in het stuk wordt in een caleidoscopische opeenvolging van beelden zijn ontwikkeling teruggevolgd.

Yabin heeft een tweetal solo’s waarin zij de vloeiende choreografische taal van Cherkaoui van een haarscherpe articulatie voorziet. Even is er een korte verwijzing naar de traditionele Chinese ‘dans met de lange mouwen’, zij het in vervormde versie: hier lijkt Yabin geen summum van elegante doeltreffendheid, maar een grotesk monster, als voorbeeld van ontspoorde groei.

Haar ononderbroken vloeiende lijnen en verfijnde armvoering passen wonderwel bij de mix van westerse pianomuziek, elektronische composities, Indiase mridangam, Congolese, Japanse en – gedurfd voor de Chinese – Tibetaanse zang. Cherkaoui’s muziekkeuze bevalt haar. „Ik wil een stuk maken voor de hele wereld, dat je ongeacht je achtergrond kunt begrijpen. Al die muzieksoorten bieden herkenningspunten, maar gecombineerd ontstaat ook iets nieuws.”