‘Football’ is democratisch en kapitalistisch, ‘soccer’ socialistisch

Ook Amerikanen beginnen van voetbal te houden. Wat moet je daar als Europeaan nu van denken? Beven of juichen?

Juichende Amerikaanse voetbalfans tijdens het WK. Foto AP

Rechts Amerika haalt opgelucht adem: het nationale elftal is uit het WK voetbal geknikkerd. Zenuwachtig waren ze wel, rechtse opiniemakers in de VS. Zeker nadat bleek dat zo’n 25 miljoen Amerikanen naar wedstrijden van het nationale team keken. Hoe on-Amerikaans is voetbal dan nog?

Want voetbal – zo weet iedere ‘werkelijke Amerikaan’ – is een sport voor „commie pansies”, ofwel: linkse mietjes. De omschrijving stamt uit het begin van de jaren tachtig, toen een jonge verslaggever van The New York Times aan zijn chef vroeg of hij voetbal mocht verslaan. „Geen tijd aan verspillen jongen”, zei de chef, waarop het inmiddels beroemde citaat volgde.

De voetbalhaat kreeg afgelopen week nieuwe munitie van allerhande Amerikaanse columnisten. Kern van de zaak: voetbal is niet individualistisch genoeg (bij honkbal staat de slagman alleen op een heuvel, bij American Football draait alles om de quarterback en bij basketbal scoort de sterspeler gemakkelijk de helft van de punten); het is niet mannelijk genoeg (bij de jeugd spelen meisjes en jongens samen) en bovendien is voetbal van de ‘Obama people’, ofwel: immigranten en mensen die in een republikeins verkiezingsspotje ooit werden gedefinieerd als: „latte-drinking, Volvo-driving, New-York-Times-reading nutcases.”

Een van deze rechtse columnisten, Ann Coulter, weet ook wie schuldig is aan de huidige populariteit van het voetbal: Edward Kennedy, de in 2009 overleden senator die verantwoordelijk is voor de immigratiewet uit 1965. „Geen Amerikaan wiens overgrootvader hier is geboren, kijkt naar voetbal.” Haar collega Marc Fisher noemde voetbal tijdens een vorig WK „Osama bin Ladens favoriete spel” en de burgemeester van Clarkston in Georgia won verkiezingen nadat hij beloofd had de stadsparken te reserveren voor „echte Amerikaanse sporten” als honkbal.

De beroemdste redevoering in de traditie van de politieke voetbalhaat staat op naam van Jack Kemp, overleden in 2009 en ooit kandidaat voor het vicepresidentschap. Deze Republikein trok begin jaren negentig ten strijde tegen een poging het WK voetbal naar de VS te halen. Hij zei in het Congres: „Ik denk dat het belangrijk is dat de jeugd weet dat je bij het echte voetbal de bal zowel trapt als gooit, je ermee rent en ’m in iemands handen drukt. We moeten een duidelijk onderscheid maken: football is democratisch en kapitalistisch, terwijl soccer een Europese socialistische sport is.” Tevergeefs. Het WK kwam naar Amerika (1994), en de populariteit van het voetbal blijft groeien.

De grote vraag: wat vinden wij, voetballiefhebbende Europeanen, ervan dat de VS zich voegen naar de internationale consensus, waarin voetbalgekte een geaccepteerd onderdeel is van het maatschappelijk leven? In commentaren na de uitschakeling, dinsdagavond, was onder Europese voetbalverslaggevers een zekere tevredenheid te bespeuren. Voetballen kunnen ze gelukkig nog niet, die Amerikanen.

En zo tekent zich een politiek interessant verbond af van Amerikaanse nationalisten, uit staten als Kansas, Oklahoma en Alabama, en Europeanen die zich kritisch tonen over Amerika’s pogingen de wereld te domineren. Het is een donquichotesk verbond, dapper strijdend tegen een zijtak van de machtige rivier der globalisering: liefde voor voetbal.