‘Fabriceren windmolen kost meer energie dan het oplevert’

Dat schreef Metro-columnist Luuk Koelman op 26 juni

illustratie Emmelien Stavast

De aanleiding

In een column getiteld ‘De groene leugen’ maakte Metro-columnist Luuk Koelman vorige week korte metten met windenergie. Wind kost geld, aldus Koelman. Want: ‘Het fabriceren van een windmolen kost meer energie dan deze ooit zal opleveren.’ Een lezer vroeg ons: is dit waar?

Waar is het op gebaseerd?

Luuk Koelman stuurt een laconieke mail terug op onze vraag naar zijn bronnen. „Die bewering vind je op tal van plaatsen terug online als je even googlet”, zegt hij. „Plus ook bronnen die het tegendeel beweren. Natuurlijk winkel ik selectief met mijn argumenten tégen windenergie – net zoals voorstanders van windenergie dat óók doen. Maar daar is een column (chargeren) juist voor bedoeld.” Koelman zegt dat hij zich onder andere baseert op werk van Pieter Lukkes, emeritus hoogleraar economische en sociale geografie aan de Rijksuniversiteit van Groningen.

En, klopt het?

Pieter Lukkes is verbaasd dat Koelman naar hem verwijst. Hij is weliswaar zeer kritisch over windenergie, maar naar de energetische terugverdientijd van windturbines heeft hij nooit onderzoek gedaan. „Het komt mij voor dat de heer Koelman zich vergist in zijn bronvermelding.”

Met die ‘tal van plaatsen’ van Koelman blijkt het ook wel mee te vallen. De bewering dat windmolens meer energie kosten dan ze opleveren, vinden we inderdaad terug, maar dan wel op plekken als het forum van GeenStijl en de complottheorieën-website geennieuws.com.

Tijd om wat experts te raadplegen. Volgens Pieter Boot, hoofd van de sector Klimaat, Lucht en Energie van het Planbureau voor de Leefomgeving, zit Koelman er flink naast. Hij verwijst naar een pas gepubliceerd onderzoek van Oregon State University waarin een life cycle assessment is gemaakt van een windmolen. De onderzoekers hebben uitgerekend hoeveel energie de productie van de materialen, het vervoer, de bouw, het onderhoud, en het afbreken kost; dat hebben ze afgezet tegen de hoeveelheid energie die de windmolen oplevert. Conclusie: windmolens verdienen zich na vijf tot acht maanden energetisch terug. In het ergste geval kan dit oplopen tot een jaar, maar aangezien een turbine een levensduur heeft van twintig jaar, is dit nog ruim binnen de tijd.

Boot wijst ook op andere onderzoeken. Volgens Florida Atlantic University duurt het zes tot negen maanden voor een turbine zich energetisch terugverdient, afhankelijk van of de materialen na afloop worden hergebruikt. Onderzoekers van weer een andere studie, van het Wessex Institute, hebben het over ‘binnen twaalf maanden’.

De verschillen tussen de onderzoeken worden volgens Boot verklaard door een aantal factoren: verschillende technieken voor het maken van windturbines, verschillende locaties (een molen houdt het op zee minder lang uit dan op het land) en wel of niet recyclen na afloop.

Ernst van Zuijlen, directeur van het Topconsortium Kennis en Innovatie Wind op Zee, onderschrijft de cijfers van Pieter Boot. Hij noemt een aantal onderzoeken uit Duitsland, Denemarken, Engeland en de VS, waaruit blijkt dat windturbines zich energetisch gemiddeld binnen zes maanden terugverdienen. Ook hij zegt dat dit kan oplopen tot een jaar – dit hangt af van de locatie. Windmolens bouwen op zee kost meer energie, omdat staal of beton voor de fundering en de complexe installatie meer energie kosten. „Dit wordt grotendeels gecompenseerd door de hogere energieopbrengsten maar toch valt de energiebalans iets ongunstiger uit dan op land, ook al omdat nog veel minder ervaring is opgedaan met de bouw van windturbines op zee dan op land.”

Conclusie

De wetenschapper op wie Luuk Koelman zich zegt te baseren, laat weten nooit onderzoek te hebben gedaan naar de energetische terugverdientijd van windmolens. Volgens andere deskundigen zit Luuk Koelman er ver naast met zijn uitspraak. Windmolens hebben een levensduur van twintig jaar, en verdienen zich binnen zes maanden energetisch terug, met in de ergste gevallen een uitloop naar een jaar. We beoordelen de uitspraak daarom als onwaar.