Drie zusters terugbrengen tot één doet Tsjechov ernstig tekort

Liggend op een versleten tapijt, de benen trappelend in de hoogte, roept Olga uit: „Ik wil naar Moskou... naar Moskou!” Olga is de oudste van de drie uit Tsjechovs toneelstuk Drie zusters (1901). Die zin over Moskou is wereldberoemd: de zusjes zullen er nooit aankomen en eeuwig blijven hunkeren. ‘t Woud Ensemble brengt deze zomer in tuinen van buitens en landgoederen een vrije bewerking van Drie zusters, zoals ze dat in het vorige seizoen deden met Gorki’s Zomergasten.

In deze versie sneuvelen de andere zusjes, Masja en Irina. Dat is een verregaande ingreep die zelfs de titel aantast, vandaar Naar Moskou...!. In een eenvoudig buitendecor van rieten tuinstoelen roepen de spelers een languissante sfeer op. Olga en haar broer Andrej vervelen zich wezenloos op het verarmde landgoed, diep in de provincie. Na een bitterzoet huwelijksfeest trekt Andrejs vrouw Natasja bij hen in. Op de achtergrond doolt een aan lager wal geraakte arts rond, Wersjinin. Vier echte Tsjechov-personages die zich langdradig vlijen in de rieten stoelen en troost putten uit een zin als: „Ach, het leven is mooi, het zal wel op de een of andere manier fout gaan”.

De handelingen in deze versie zijn minimaal. Margien van Doesen als Olga blikt in een verre verte, Flip Filz als arts drinkt glaasjes wodka, Heike Wisse als Natasja zit de boel een beetje op te stoken en Olaf Malmberg als broer leest onverschillig de krant. Het is gewaagd en eigengereid deze ene Olga op te voeren, al blijft de sfeer van onvervulde verlangens intact. Toch is het gemis van de andere zusters groot.

Bewerker en regisseur Mart-Jan Zegers hanteert een vocabulaire dat weinig Tsjechoviaans is, zoals ‘burgertrut’. Zijn stilistische kwaliteiten blijven achter bij Tsjechov. Hij accentueert de kille bejegening van Olga jegens Natasja. Daardoor sluipt een grimmige toon in de voorstelling. Vooral dankzij Heike Wisse als Natasja die zich aanvankelijk meisjesachtig gedraagt. Maar als getrouwde vrouw en moeder zet ze haar rol vilein aan. Haar uitzichtloze huwelijksleven verbijt ze in stil spel. Het is alsof Wisse wel de confrontatie zoekt, en haar tegenspelers net teveel drijven op melancholie.

De vraag blijft gewettigd welke extra dimensie de coupure van liefst twee van de drie hoofdpersonages oplevert. Het stuk is nu geen drama over drie zusters, en dus drie leeftijden. Voor Olga is het zinloos want overbodig nog te dromen; de jongste Irina heeft haar jeugd mee, maar niet de mogelijkheden. En de middelste Masja is in de rouw om haar mislukte leven. Nu verenigt Margien van Doesen als Olga de drie zusters en dat doet ze met overtuiging. Maar de bewerking doet het origineel ernstig tekort. Tsjechov bewerken is veel delicater dan de spelers van ‘t Woud Ensemble denken.