De laatste veganistische avondmaaltijd

illustratie jet peters

Ik had er al die 30 dagen naar uitgekeken, maar het eerste broodje met een dikke laag boter en echte plak kaas waarop je de zoutkristallen kon tellen, was uiteindelijk minder bevredigend dan ik me had voorgesteld. De hele maand juni bakte ik dapper tosti’s van veganistische kaas (sojasmaak), ik kwakte met tegenzin veganistische mayonaise (sojasmaak) op mijn frietjes en leukte mijn broodjes falafel op met veganistische tzatziki (wederom sojasmaak).

Je zou verwachten dat ik de uren na dat ene echte broodje kaas in extatische toestand zou doorbrengen. Maar na die eerste hap zakte ik niet gelukzalig onderuit in mijn stoel en ook na de tweede, derde en laatste hap bleef ik verrassend netjes rechtop zitten.

Het komt waarschijnlijk omdat ik het best wel goed heb gehad, als semi-veganist. Het eten was soms een beetje eentonig, maar altijd lekker. Het is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk om volledig veganistisch te eten, je moet vooral genoeg ruggengraat hebben om bepaalde producten te laten staan. En dat kon ik best een paar weken volhouden.

Maar de rest van mijn leven gaat me iets te ver, daarvoor houd ik te veel van pasta bolognese, roerei en stoofvlees. Vanaf heden eet ik dus gewoon weer vlees, vis, zuivel en eieren. Vandaag daarom de instructies voor de voorlopig laatste veganistische avondmaaltijd. Deze quinoasalade met gegrilde groenten en een pinda-koriandersausje was absoluut mijn culinaire lieveling van de afgelopen maand. In tegenstelling tot de muffe sojakaas is dit wel een blijvertje in Huize Versteeg.