CPB: vergrijzing betaalbaar door verbetering overheidsfinanciën

Foto ANP / Lex van Lieshout

De overheidsfinanciën zijn dermate op orde gebracht dat de kostbare vergrijzing in de toekomst betaalbaar lijkt te worden. Dat is de belangrijkste conclusie van een vandaag verschenen studie van het Centraal Planbureau (CPB) over de houdbaarheid van overheidsfinanciën op de lange termijn.

De combinatie van drie belangrijke, ingrijpende maatregelen – de verhoging van de AOW-leeftijd, het snijden in overheidsuitgaven en hervormingen in de zorg – leidt zoals het er nu naar uit ziet, tot een houdbare financiering van de vergrijzing op lange termijn. Het kabinet-Rutte II kan met een tevreden gevoel het zomerreces ingaan. Het CPB-rapport Minder zorg om vergrijzing leest als een groot compliment voor het anti-crisisbeleid dat door Rutte en zijn voorganger Balkenende in de afgelopen crisisjaren is uitgestippeld.

Het zogeheten houdbaarheidssaldo – het saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid op lange termijn – is volgens het CPB van een tekort van 4,5 procent in 2010 omgezet in een overschot van 0,4 procent van het bruto binnenlands product. Het betekent dat de overheidsfinanciën houdbaar zijn en blijven, zelfs als vanaf 2018 de collectieve uitgaven met 0,4 procent zullen stijgen. Het is een positief, maar dun lijntje, stelt het CPB. Omgerekend in geld is dat 3 miljard euro, “een kleine en onzekere marge.”

Studie verschilt sterk van vergrijzingsanalyse 2010

Toch is de studie van vandaag een totaal andere, positievere boodschap dan de vorige vergrijzingsanalyse van het CPB uit 2010. Toen – midden in de crisis – waarschuwde het planbureau dat de collectieve inkomsten geen gelijke tred zouden houden met de stijgende uitgaven aan AOW en zorg. Het begrotingssaldo zou onder die omstandigheden op termijn onhoudbaar worden. De oproep die volgde dat de overheid haar beleid moest aanpassen is opgevolgd.

Nu verwacht het CPB dat de staatsschuld rond 2080 zal zijn afgelost, waarna de overheid een vermogen kan gaan opbouwen. En hoewel de vergrijzende bevolking – die ontwikkeling zet onverminderd door – zal leiden tot stijgende uitgaven voor AOW en collectieve zorg is die stijging onder controle. Dit – en nu volgt het compliment voor het huidige kabinet en de vorige twee – “is vooral het gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd, hervormingen in de zorg, waardoor de uitgaven aan zorg voor ouderen lager uitkomen, en lagere uitgaven aan openbaar bestuur”.

Flinke stijging overheidsinkomsten na 2023

Ook aan de inkomstenkant heeft het CPB goed nieuws. De komende jaren, tot 2023 zullen de collectieve inkomsten licht dalen, daarna zet een flinke stijging in, ondanks het uitputten van de lucratieve gasbronnen in het noorden. “De stijging van belastingen en premies is meer dan genoeg om het effect van het wegvallen van de aardgasbaten te compenseren.” Dit jaar levert de aardasproductie Nederland nog ruim 11 miljard euro op.

Als altijd hebben de economen van het CPB ook nu nog een waarschuwing aan het adres van het kabinet. “Het is op dit moment onzeker of de positieve effecten op de overheidsfinanciën volledig zullen worden gerealiseerd.”