Burger brengt niet zomaar pannetjes soep bij zieke buurman

Illustratie Pavel Constantin

Gisteravond debatteerde de Tweede Kamer op mijn verzoek met de premier over de participatiesamenleving. Er is de afgelopen periode veel dadendrang geweest, maar de gewenste participatiesamenleving zal er niet komen als de overheid onverminderd aan alle touwtjes blijft trekken.

De overheid, zeker de landelijke, zal ook echt vertrouwen moeten geven aan burgers en hun (lokale) gemeenschappen. Tegelijk zal die participatiesamenleving er ook niet komen als de landelijke overheid uit financiële wanhoop verantwoordelijkheden over de schutting gooit in de hoop dat alles daarachter vanzelf goed komt. Maar het is veel te naïef om te denken dat als de overheid zich terugtrekt, mensen als vanzelf in elkaars armen vallen, elkaars stoepjes gaan vegen en pannetjes soep bij de zieke overbuurvrouw brengen.

De participatiesamenleving ontstaat waar mensen de vrijheid krijgen om goed te doen. Er zijn al prachtige voorbeelden van ondernemers die zowel lokale activiteiten als ontwikkelingswerk sponsoren, die duurzaam werken en mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Er is de stichting Present die honderden, duizenden vrijwilligers in contact brengt met mensen die een beetje hulp kunnen gebruiken. Er is Buurtzorg, Burgernet dat de ogen en oren van de politie is, er zijn onderlinge ‘broodfondsen’ van zzp’ers, voedselbanken, Schuldhulpmaatjes, initiatieven van lokale energieopwekking en nog zoveel meer. Die verantwoordelijke mensen hebben ruimte nodig, een overheid die hun partner is en geen frustrerende regelneef. Daarbij moet er ook volop ruimte zijn voor de honderdduizenden Nederlanders die werk willen maken van hun geloof, zodat ze niet gehinderd worden door mogelijke religiestress van overheden.

Toch zullen we in het scheppen van ruimte voor de samenleving ook nieuwe, verdere stappen moeten zetten. Veel zeggenschap over publieke voorzieningen (energie, zorg, onderwijs, groen et cetera) is weggelekt naar onpersoonlijke, onkenbare en onbereikbare instanties, waaronder Brussel. Veel Nederlanders hebben het machteloze gevoel dat cruciale beslissingen over belangrijke aspecten van hun dagelijkse leven over hen, zonder hen worden genomen. Wil het wat worden met die participatiesamenleving dan zal de zeggenschap nog veel meer dan nu aan burgers en hun gemeenschappen moeten worden gegeven. Dat betekent nieuwe ruimte voor energiecoöperaties, sociale wijkteams, zorgcoöperaties, buurtbudgetten en betekent ook een veel kritischer blik naar waar Brussel wel en niet over gaat.

Bij dit alles blijft de rol van de overheid cruciaal. Niet als een Atlas die alle zorg voor alle mensen op zijn nek neemt. Maar als beschermer van het recht en schild voor de zwakken, zodat ook in de participatiesamenleving de arbeider zijn loon waardig is, gehandicapten volwaardige burgers blijven, ouderen meetellen en de schepping beschermd wordt.