Dienstauto telt niet mee bij berekenen van ministerssalaris

De Balkenendenorm wordt verlaagd, maar één categorie vormt een uitzondering: de ministers zelf. Hun beloning overschrijdt straks de nieuwe, veel lagere norm met 25 procent, blijkt uit het wetsvoorstel voor beperking van salarissen in de (semi)publieke sector van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA).

Vanaf 2015 mogen bestuurders van onder meer woningbouwcorporaties, ziekenhuizen en publieke omroepen niet méér verdienen dan een minister. Nu mogen hun topinkomens maximaal 130 procent van een ministerssalaris bedragen. Dat wordt teruggebracht tot 100 procent. Daarmee wordt het maximuminkomen beperkt van ruim 230.000 tot 169.425 euro.

Met deze teruggang van 27 procent wil het kabinet de bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector naar een „maatschappelijk meer aanvaardbaar, evenwichtiger en verantwoord niveau brengen”. Voor grootverdieners die al meer dan een ministerssalaris krijgen, is een overgangstermijn van zeven jaar voorzien. Een nobel streven, vindt de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel zal dan ook naar verwachting niet op veel weerstand stuiten.

Maar voor ministers geldt een andere grondslag dan voor andere bestuurders uit de publieke sector. Zij hoeven voor de vaststelling van hun bezoldiging twee fiscale posten niet mee te tellen: de jaarlijkse bijtelling voor hun dienstauto plus de compensatie voor de te betalen belasting over die fiscale bijtelling – bij elkaar 41.667 euro. Volgens Henk Jan van den Bosch, partner van beloningsadviesbureau Axyos en actief als commissaris bij woningbouwcorporatie Wooninvest, leidt het wetsvoorstel daarom „tot ongelijke behandeling”.

Maar Plasterk geeft uitleg in de toelichting van het wetsvoorstel. Bewindslieden zijn „om veiligheidsredenen” verplicht ook privé met de dienstauto te rijden. Om die reden wordt voor de belastingafdracht op die auto ook een compensatie betaald. „Topfunctionarissen” uit de (semi-) publieke sector hebben wél de keuze of ze hun „auto van de zaak” wel of niet privé gebruiken. Een luxere auto voor privégebruik en daarmee een hogere fiscale bijtelling, schrijft de minister, „dient daarom naar het oordeel van de regering te leiden tot een lager salaris.” Ministers hebben die keuze niet.