Bassist van het understatement

Christian McBride is Artist in Residence op North Sea Jazz. Als jonge bassist deed hij mee op albums van menig grote jazznaam. Nu helpt hij zelf jonge artiesten met hun carrière. „Voor mij was het belangrijk de steun te hebben van een oudere muzikant.”

Christian McBride: „Ik heb natuurlijk best een netwerkje.”

Het is een langzaam verdwijnend fenomeen in de jazz: het jonge talent dat onder de vleugels van de senior musicus klaargestoomd wordt voor het grote werk. Jazzmusici als Roy Hargrove en Joshua Redman gingen jaren mee met de groten op tournee. Ze keken hen op de vingers bij concerten, leerden in de kleedkamers over de muziek. Droomscenario’s zou je denken. Maar tegenwoordig vinden vers afgestudeerde jazzcats elkaar vooral via digitale kanalen. Ze willen meteen laten horen wat ze waard zijn. Muziek wordt gedeeld, samenwerkingen vinden plaats, zonder soms ook maar met elkaar in de studio te staan.

De Amerikaanse jazzmusicus Christian McBride (42) ziet de ontwikkeling met lede ogen aan. Eens was hij de boy wonder van de jazzbas, die kwam, zag en overwon onder de hoede van baslegende Ray Brown. Als jonge bassist speelde hij mee op albums van menig grote jazznaam. „De grote centrale vraag onder jonge musici is: ‘hoe ga ik het maken?’ Kijk naar de mensen die het in jouw ogen hebben gemaakt, zeg ik ze dan. Het ging hen niet om populariteit, ze wilden vooral de beste muzikant worden die ze konden zijn. Ze kunnen spelen in elke situatie, in elke stijl, in elke band. Voor mij was het belangrijk de steun te hebben van een oudere muzikant. Natuurlijk, ook ik had een bandje op mijn 21ste. En weet je dat ik op mijn 23ste voor het eerst met mijn eigen groep al op North Sea Jazz speelde? Maar vanaf mijn zeventiende was ik óók al onderweg met Freddie Hubbard, Joe Henderson, McCoy Tyner en Ray Jackson. Ik zat steeds tussen die legendes en ze lieten me altijd iets nieuws zien.”

Als een steunpilaar in de hedendaagse jazz, omschrijft North Sea Jazz zijn ‘Artist in Residence’ van dit jaar. Dat is fijn te horen, grinnikt de jazzbassist aan de andere kant van de telefoonlijn, bellend vanuit New York. „Zo beschouw ik mezelf niet echt natuurlijk. Maar ach, ik heb natuurlijk best een netwerkje.” Dat mag een understatement heten. Struin alleen al de blokkenschema’s van eerdere North Sea Jazz Festivals af en zie hoe Christian McBride zich door de jaren heen als veelzijdig musicus manifesteert. Funk, fusion, straight ahead – hij is overal inzetbaar. Van optredens met gitarist Pat Metheny, drummer Roy Haynes, maar ook leverde hij zijn diensten in de popscene bij Sting, The Roots en Queen Latifah. En dan natuurlijk zijn eigen bands, waarmee hij rond 2000 op pad ging.

Zoals McBride opgroeide en zijn skills ontwikkelde in bands van anderen, neemt hij nu zelf ook jonge musici op sleeptouw. Op het festival speelt hij bijvoorbeeld met zijn jonge, veelbelovende trio, met daarin pianist Christian Sands en de drummer Ulysses Owens Jr., met wie hij de cd Out Here maakte. Het is een gelijkwaardig jazztrio, dat elkaar aan de leidende hand van McBride vindt in moderne welluidende bop en swing van eigen hand en klassiekers. Het trio komt ‘toevalligerwijs’ voort uit zijn kwintet Inside Straight. Hij had geen ambitie een trio te vormen, vertelt hij. Als protegé van Ray Brown, koning van de jazztrio’s, en speler in diens bastrio, voelde dat als een te zware last. Maar toen zijn kwintet werd geboekt en plots twee spelers afvielen, besloot hij ze een paar shows niet te vervangen. „Mijn manager zag bij dat concert glans in mijn ogen. Het was ongelofelijk met die twee jonge cats te jammen.”

Dat toonde hij vorig jaar in Rotterdam, voor een publiek met opvallend veel Nederlandse jazzbassisten. Dan weet je het wel: hier gaat een meester aan het werk. McBride toonde zich weer de bassist van het understatement, die zijn technisch kunnen met het grootste gemak – de vingers zó losjes op die taaie bassnaren – ondergeschikt maakte aan zijn fonkelend volle toon. McBride staat voor een rotsvaste timing en tilt bluesy grooves boven de middelmaat uit.

Met zijn kwintet Inside Straight – ook dit weekend te horen – speelt hij minder vaak. Precies in lijn van zijn visie waaieren veelbelovende talenten zoals Warren Wulf uit. „Eerst moet je jezelf vinden in andermans band”, zegt McBride. „Zo op je 35ste moet je eigen ideeën gaan uitvoeren.” Maar een paar keer per jaar is er het plezier van vijf musici die samen on the same page zijn. „We zijn dol op het swingritme, zijn dol op de blues, en willen nieuwe dingen proberen.”

Naast zijn concerten met trio, kwintet en de bigband waarmee hij in 2011 een Grammy won, gaat McBride ook live on stage interviews afnemen met diverse artiesten. Dat is naar voorbeeld van zijn Amerikaanse radioshow, die voor livepubliek wordt opgenomen.

Zijn collega’s bevragen gaat hem makkelijk af. „Je krijgt een ander antwoord uit de mensen met wie je werkt en met wie je bevriend bent. Juist die muzikale vriendschap komt heel erg naar voren in die gesprekken, want iedereen voelt zich er comfortabel bij. Ik stel vragen die journalisten niet stellen aan musici als Roy Hargrove en Mark Whitfield die ik 25 jaar ken. Er zijn genoeg verdwenen clubs, of zoekgeraakte en nooit uitgebrachte opnames of ex-vriendinnen te bespreken. Of we kijken terug op grappige missers tijdens concerten.” Maar, zegt hij, er moet natuurlijk een balans zijn. „Onze kroegpraat moet ook leuk zijn voor publiek.”