Column

Anderhalve seconde wereldroem tijdens de wedstrijd

Let eens op de gezichten in het WK-publiek. Een intrigerend spektakel, dat veel zegt over onze opvattingen over authenticiteit, aldusChristiaan Weijts.

De mooiste momenten van de WK-wedstrijden vind ik die waarin de camera iemand uit het publiek pikt die woedend staat te schreeuwen, z’n onderlip stukbijt van spanning of gewoon vrouw en bloedmooi is. Ze zijn maar heel kort in beeld, want zodra ze doorhebben dat ze gefilmd worden, schakelt de regie onmiddellijk weg.

Het verraadt een opvatting van de regie over authenticiteit. De authentieke emotie is alleen op heterdaad te betrappen, en daarom moet je het publiek besluipen als schuchtere dieren in het bos. Voetbalsupporters zijn vlinders die verschrompelen bij de geringste aanraking.

Zodra de gefilmden zich terugzien op het grote scherm vindt er in twee, drie seconden een wonderlijk snelle rebound plaats. In drie fasen: eerst is er schrik door die onverwachte blik in de spiegel van het grote scherm. Dan de realisatie: heel dit stadion ziet mij. En dan: miljarden tv-schermen wereldwijd zien mij! Zelfs de meest terneergeslagen Mexicaan of Amerikaan verandert in fase twee als bij toverslag in een glimlachend zwaaidiertje, dat in z’n omgeving driftig op schouders begint te slaan: we zijn in beeld!

De omslag die zich op die momenten voltrekt, is vooral bij supporters van landen die op achterstand staan intrigerend. Uit de eenzaamheid van hun verslagenheid en hun radeloosheid kust de camera ze wakker, en instinctief zetten ze – al staat hun team twee doelpunten achter – hun sociale gezicht op. Als op commando vertonen ze het sociale gedrag dat ze ook op Facebook etcetera hebben leren vertonen. Instinctief ontwaakt de selfie-mens in heel z’n aandoenlijke rol bij anderhalve seconde wereldroem.

Mijn indruk is dat de regisseurs van dit WK zich als doel hebben gesteld om dit moment vóór te zijn. Zodra ze de eerste fase van de omschakeling al bespeuren – de schrik bij het prachtige Argentijnse meisje dat haar handen devoot heeft samengevouwen in ingespannen gebed – schakelen ze door.

Dat lukt niet altijd. Sterker nog: het lukt bijna nooit. Bij elke wedstrijd zien we twee systemen met elkaar in gevecht. De regie wil een Trumanshow, het publiek een flashmob. Het is oude versus nieuwe media.

Voor primatologen is het ene gedrag niet authentieker dan het andere – de publiekslach is een instinctieve sollicitatie naar acceptatie van de massa – maar omdat voetbal een show is en geen documentaire, klinkt er bij elke cameralach een vloek in de regiekamer.