‘Ze zijn goed bezig, de Rode Duivels’

Foto AP / Leo Correa

Wat waren ze trots, die Belgen. De laatste keer dat ze de kwartfinale op een WK haalden, spaarde ik nog niet eens Panini-plaatjes. Jantje Ceulemans, Franky Vanderelst, Eric Gerets. Het voelt inmiddels als een eeuw geleden.

Gisteren keek ik in Cumbuco met een groep Vlamingen. Cumbuco is een surfparadijs, een uurtje buiten Fortaleza. Met azuurblauwe oceaan, palmbomen en vers gevangen vis op je bord.

En ik ben niet de enige die hier na die zenuwslopende zondag tegen Mexico is neergestreken om op adem te komen. Maandag keek ik met Truus van Gaal en een KNVB-delegatie naar Duitsland-Algerije, gisteren zat Edwin van der Sar met zijn gezin een tafel naast me te dineren. Denk je even in retraite te kunnen, struikel je nog steeds over de Nederlanders.

Maar met de Belgen beleefde ik een geweldige avond. Het waren allemaal cameramannen die de wedstrijden in Fortaleza registreren. Ook zijn ze verantwoordelijk voor de regie op de grote schermen in het stadion tijdens de wedstrijd. Het is hun taak geen discutabele herhalingen te laten zien, om te voorkomen dat supporters op de tribune over hun toeren raken: FIFA-beleid.

Ik noemde het vooral censuur en voelde me tegen Mexico als betalende bezoeker totaal niet serieus genomen. Want geen Oranjefan kon op de megabeeldschermen terugzien of het nu wel geen strafschop was, die duikeling van Robben. Nou, dat hadden we dus aan de FIFA en een paar Belgen te danken.

Maar dat die Belgen bezeten zijn door de rode duivels, is me na gisteren wel duidelijk geworden. Er bleef niets meer over van de bourgondische bescheidenheid op het strand in Cumbuco. Jongens die normaal geen sigaret aanraken, paften zonder blikken of blozen een pakje weg tijdens die 120 minuten. Schreeuwen deden ze, ijsberen en steeds sterkere drank bestellen.

Eén van de cameramannen had echter een bijzondere gave. Hij had tijdens de groepswedstrijden tegen Rusland en Algerije telkens het winnende doelpunt gemist vanwege een plaspauze. En dus besloot hij het nu 90 minuten op te houden. Om vervolgens na het laatste fluitsignaal naar de wc te rennen. En wat gebeurt er? Nog voor hij terug is had Kevin de Bruyne er in de verlenging 1-0 van gemaakt. Weer gemist.

Tot het allerlaatste moment vraten ze hun nagels, hun schoenen en de mouwen van hun ‘truitjes’ op, zoals ze in Vlaanderen een voetbalshirt noemen. Maar het kwam goed.

Foto Reuters / Eric Vidal

Of dit niet goed was voor het nationale gevoel van België, wilde ik weten. Nu heeft niemand het toch over de taalgrens? “De Vlaamse nationalisten van de N-VA hebben al hun burgemeesters en parlementsleden een mail gestuurd waarin is opgeroepen hooguit gematigd positief over de Rode Duivels te zijn.

Negatief zijn zou de achterban niet begrijpen en uit je dak gaan over dit geweldige elftal is uit den boze, met zoveel Franstaligen in de basis”, vertelt een Vlaming me. “De N-VA burgemeesters mogen daarom alleen maar zeggen: ze zijn goed bezig, die Belgen.”

Goed bezig. Voor het eerst sinds 1986 hoort een klein land als België tot de beste acht landen van de wereld en die rare N-VA’ers vinden dat ze massaal op hun lip moeten bijten.

Daarom maar duimen voor een halve finale tussen Nederland en België. Eens kijken hoe kalmpjes de zuiderburen dan nog blijven. Want dan is werkelijk elke Belg bezeten is door het duivelse WK-virus.

Tim de Wit is tijdens het WK in Brazilië (onder andere op de Oranjecamping) en schrijft voor nrc.nl over wat er naast het veld gebeurt.