WK: links en verwijfd of lelijk en autoritair

Op Twitter circulerende verbeelding van #BelUSA

Er is ten minste één Amerikaanse patriot heel blij over de uitschakeling van de Verenigde Staten door België in de achtste finale van het WK Voetbal. De radicaal-rechtse Ann Coulter had in een door verschillende conservatieve websites verspreide column immers haar zorg uitgesproken over de toenemende populariteit van voetbal in de VS. Die zou namelijk moreel verval in de hand kunnen werken.

Voor Coulter is voetbal een verwijfd spelletje, dat regelmatig op gelijkspel uitloopt. Het biedt weinig mogelijkheid tot individuele competitie en het is vooral een hobby van Democraten en progressieven, die meer Europese onzin adoreren, zoals het metrieke stelsel.

Sterker nog: in voetbal is Amerika geen uitverkoren natie maar gewoon een heel modale speler. Toen sport aan het begin van de twintigste eeuw massavertier werd, koos Amerika expres voor sporten die in Europa niet of nauwelijks van belang waren: honkbal, basketbal, American football. Ik leerde uit reacties op Coulter dat er zelfs een term voor bestaat: exceptionalism. De Verenigde Staten van Noord-Amerika zijn niet zomaar een land.

Maar de journaals en nieuwsfoto’s lieten gisteravond zien dat grote hoeveelheden Amerikanen samen keken naar de thriller België-VS. Onder hen ook de president en de vicepresident, alsmede verschillende Republikeinen. Voor Amerikanen met een Latijns-Amerikaanse achtergrond is voetbal al een tijdje de belangrijkste sport. Na de wedstrijd twitterde @NYTSports sarcastisch: „Jammer dat voetbal zo’n saaie sport is.”

In Nederland zien we een omgekeerd fenomeen: juist de anti-autoritaire voetballiefhebbers moeten een culturele nederlaag verbijten. Voor babyboomers als Johan Derksen (VI Oranje) en Jan Mulder (het Vlaamse Sporza), alsmede de iets jongere Hugo Borst (Studio Brasil) is de essentie van voetbal juist anarchie en plezier. Zij denken bij het Nederlands elftal vooral aan de Hollandse School van Rinus Michels: jongens met lang haar en korte broekjes, die in 1974 de kijker epateerden met speels en oogstrelend voetbal. Het was zo onnavolgbaar als het woordgebruik van Johan Cruijff.

Deze analytici haten de gymnastiekleraar Louis van Gaal, die Derksen aan zijn autoritaire vader, een politieagent, doet denken. Borst schreef zelfs een boek over zijn gecompliceerde relatie met Van Gaal. Nu de op discipline en strategie gebaseerde aanpak van bondscoach Van Gaal effectief blijkt, moeten ze leren omgaan met wat psychologen cognitieve dissonantie noemen: de werkelijkheid strookt niet met de wereld zoals zij die altijd hebben waargenomen.

Beide denksystemen – voetbal is saai en onmannelijk, mooi voetbal is beter dan effectief voetbal – worden op de proef gesteld door het sensationeler verloop van het toernooi in Brazilië.

De complexe wereld van nu logenstraft elke rigide benadering. In de globalisering convergeren verschillen en biedt een gemeenschappelijke obsessie met voetbal gelukkig de kans tot het ongestraft uitleven van nationalistische driften.

Het grootste probleem dat resteert voor de Amerikanen is nu hoe je reclameblokken kunt programmeren tijdens een wedstrijd van twee keer 45 minuten.