Salwa is vermoord en de wereld kijkt weg

Ik zou deze column helemaal kunnen vullen met laffe verklaringen van wereldleiders en hun vertegenwoordigers over de moord op de prominente Libische activiste Salwa Bugaighis. Een kleine greep. De Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Powers wil dat de Libiërs „gewelddadige extremisten afwijzen die hun tegenstanders tot zwijgen proberen te brengen”. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon roept de Libiërs op „zich te onthouden van geweld en daden die het democratische overgangsproces ondermijnen”. De VN-missie in Libië doet een beroep op de Libische autoriteiten „de daders voor de rechter te brengen”. En o ja, de Tweede Kamer wil dat minister Timmermans bij de Libische autoriteiten aandringt op een diepgaand onderzoek naar de moord. Alleen de Libische premier heb ik helemaal niet gehoord. Die weet namelijk hoe machteloos hij is, denk ik maar.

Extremisten afwijzen. Daders voor de rechter brengen. Volgens mij is in het democratische Libië dat het Westen zo trots heeft geholpen te produceren geen enkele dader van het offensief van moorden op activisten, rechters, hulpverleners etcetera etcetera voor enige rechter gebracht. Libië is straffeloosheid. Er zijn geen autoriteiten. Gewapende milities maken de dienst uit. Iedereen weet dat.

Salwa Bugaighis was een advocate die voorop liep in de opstand tegen Gaddafi’s regime en na diens val gepassioneerd actie voerde voor mensenrechten en democratie. Speciaal ook vrouwenrechten. Ik had in december 2011 een interview met haar. Libische mannen, zei ze toen, vinden dat vrouwen thuis horen en zich al helemaal niet met de politiek moeten bemoeien. „Maar democratie alleen voor mannen is geen democratie.” Ze zette haar strijd voort tegen extremisten en alle anderen die democratie in de weg zitten. Te midden van bedreigingen. Ook nadat een van haar zoons gewond was door een aanslag die waarschijnlijk voor haar was bedoeld.

Afgelopen woensdag voerde zij in haar woonplaats Benghazi nog fel campagne om mensen ertoe te bewegen te gaan stemmen voor een nieuw parlement. ’s Avonds drongen vijf mannen haar woning binnen en brachten haar met schoten en messteken om het leven. Haar man werd meegenomen door de daders, vermoedelijk moslimextremisten – maar het kan net zo goed een andere categorie zijn.

De meeste Libiërs hebben minder illusies dan Bugaighis had, of de buitenwereld zei te hebben. Nog geen 20 procent bracht woensdag zijn stem uit in de verkiezingen die de internationale gemeenschap aanprees als „mijlpaal voor de democratie”. De Veiligheidsraad ziet een „stabiel democratisch bestuur” gloren. De Libiërs weten wel beter.

Drie jaar geleden wisten het Westen en een paar Arabische landen die door Gaddafi waren gekrenkt niet hoe snel ze een militaire operatie op gang moesten brengen om „burgers te beschermen die dreigen te worden aangevallen in het land, inclusief Benghazi”. Waar is de wereld nu?