Nieuwe trend op komst: ‘rondpompen’ van flexwerkers

Ondernemend Nederland zoekt naar de mazen van de nieuwe Wet werk en zekerheid. Dat is niet wenselijk, steltPaul Haarhuis, maar wel onvermijdelijk.

illustratie jenna arts

Met de nieuwe Wet werk en zekerheid die vanaf 1 januari 2015 in twee fasen ingaat, denkt het kabinet de sociale ongelijkheid tussen flexwerkers en mensen met een vast contract te verminderen. Maar de wet creëert voor flexwerkers slechts schijnzekerheid en zal niet zoals gehoopt tot meer vaste banen leiden, maar eerder tot het ‘rondpompen’ van arbeid. Bedrijven denken hier al over na.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken is blij met de Wet werk en zekerheid die in juni door de Eerste Kamer is aangenomen. Hij noemt de nieuwe wet een „broodnodige software-release voor de arbeidsmarkt van de toekomst”. Passend verwoord, want software-releases kunnen rare kuren vertonen en doen lang niet altijd meteen wat iedereen ervan verwacht. De overheid kan het weten. En zo zal het vrees ik ook gaan met de nieuwe Wet werk en zekerheid.

Asscher is gewaarschuwd

Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het kabinet in een tijd waarin de economische werkelijkheid dwingt tot steeds verdergaande flexibiliteit, een wet bedenkt die bedrijven verplicht sneller mensen in vaste dienst te nemen. Asscher moet er maar niet vreemd van staan te kijken dat er bij ondernemend Nederland al openlijk wordt gesproken over de mazen van de wet en hoe daar doorheen te glippen. In plaats van iemand straks twee jaarcontracten te geven, waarna je hem in vaste dienst moet nemen, of afscheid neemt met een transitievergoeding, hoor ik al speculeren over contracten voor één jaar en tien maanden. De nieuwe wet werkt straks in de hand dat bedrijven flexibele arbeid gaan rondpompen, ofwel dat de ene werknemer na één jaar en tien maanden voor een andere flexibele kracht wordt ingeruild en zelf ook (gedwongen) doorstroomt naar een andere werkgever.

Kabinet zwemt tegen de stroom in

Dit is zeker niet wenselijk, maar ik vrees onvermijdelijk omdat bedrijven zo wendbaar mogelijk willen zijn om concurrerend te kunnen blijven. Een vergroting van het aantal flexwerkers is een trend die niet meer te keren valt, en het kabinet zwemt met de nieuwe wet dus tegen die stroom in. Flexibele krachten worden allang niet meer ingezet bij ‘piek en ziek’, het is een weloverwogen strategische keuze van bedrijven om een steeds groter deel van hun arbeidscapaciteit uit flexwerkers te laten bestaan. Dat werd onlangs ook onderstreept in een onderzoek van TNO in opdracht van de ABU, de branchevereniging van uitzendbureaus. Het percentage van 30 procent flexwerkers in 2020, waar die studie gewag van maakt, ligt geheel in lijn met de ontwikkelingen die wij als speler in de uitzendbranche zien. We leven en werken in een 24-uurseconomie en bedrijven worden gedwongen maximaal wendbaar te zijn. Anders heeft straks niemand in Nederland meer werk.

Met uitsterven bedreigd

De wetgever had zich bij het vormgeven van de nieuwe Wet werk en zekerheid beter van een andere vraagstelling moeten bedienen. Niet: hoe krijgen we meer mensen in vaste dienst? Maar: wat zijn nou écht de knelpunten die de sociale ongelijkheid tussen mensen met een vast contract en flexwerkers in stand houden? En dan heb je het ineens over heel andere problemen. Bijvoorbeeld over het feit dat de hypotheekwet nog te weinig dwingend is tegenover banken, waardoor het voor flexwerkers moeilijker is een eigen huis te kunnen kopen. En je hebt het over noodzakelijke verbeteringen in de sociale wetgeving. De kloof tussen ‘flex’ en ‘vast’ wordt op dit punt overigens straks wel wat kleiner door de invoering op 1 juli 2015 van een verplichte transitievergoeding na twee opeenvolgende jaarcontracten, maar dat zal (nog) niet genoeg zijn om de sociale ongelijkheid weg te nemen. Die blijft dus ook gewoon bestaan, ook na de invoering van de nieuwe Wet werk en zekerheid. En zolang dat zo is, blijven we in Nederland de vaste baan idealiseren, terwijl die in de economische werkelijkheid van vandaag een dinosaurus aan het worden is. Met uitsterven bedreigd.