Meelij met de gijzelaars van Wall Street

Weten de centrale banken nog wel waar ze mee bezig zijn, of doen ze maar wat? De verwarring is groot, zegtMaarten Schinkel.

Grote verwarring, iets anders kun je het moeilijk noemen. Op zondag kwam de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) met een alarmerend bericht: de euforie op de financiële markten is dermate groot dat zij zijn losgezongen van de realiteit. Die realiteit bevindt zich op de grond: de werkelijke economie, waar de groei zeven jaar na aanvang van de crisis nog steeds ondermaats is.

Het is volgens de BIS de nasleep van de ‘balansrecessie’ die het Westen teisterde. Een economisch herstel van zo’n recessie gaat traag, en duurt lang. Zeven jaar van steeds genereuzer monetair beleid heeft het klimaat op de financiële markten echter diepgaand verbeterd. De koersstijgingen in aandelen, staatsobligatie en steeds wrakkiger bedrijfsobligaties zijn groot. In hun zoektocht naar ook maar het kleinste beetje rendement hebben banken en beleggers de koersen van alles wat los en vast zit hoog opgejaagd. En dat is het enge: met veranderingen op de grond hebben die koersstijgingen weinig te maken: de winstgevendheid en vooruitzichten van bedrijven, de kredietwaardigheid van overheden en firma’s die lenen op de kapitaalmarkt. Dat is allemaal niet of nauwelijks verbeterd.

Het enige wat de koersen omhoog heeft gestuwd zijn de waarderingen. De rentevoet is de ijklat waarnaast al het andere op de financiële markten wordt gelegd. De effectieve rente op obligaties, het verlangde dividendrendement op aandelen, noem maar op. Een langdurig lage rentevoet, hier en daar aangevuld met steunaankopen van centrale banken, drijft alle koersen op. En als dan ook nog wordt beloofd dat die rente voorlopig laag blijft, dan ontstaat er een vreemde sfeer op de beurzen. Wild speculatieve koersen, gepaard aan een vreemd soort van rust.

Moeten we normaliseren, en de rentes van centrale banken weer opschroeven? Ja, zegt de BIS. Beter dat dit nu voor ongemak zorgt, dan straks voor een implosie wanneer we er te lang mee doorgaan. Nee, zegt het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Doe het niet! Het IMF maant de centrale banken om de rentes voorlopig laag te houden. Het economische herstel is te breekbaar, de kans op deflatie is nog te groot en de overheidsfinanciën zijn veelal nog te broos om snelle renteverhogingen aan te kunnen. De Amerikaanse Fed moet van het IMF langer wachten met het intomen van het beleid dan die centrale bank zelf aangaf. De Europese Centrale Bank moet juist nog méér doen dan zij al deed.

Hier zou een welgemeende WTF passen, ware het niet dat straattaal en een economiecolumn zich wat moeilijk met elkaar verdragen. Maar toch: centrale bankiers van over de hele wereld komen elkaar met grote regelmaat tegen in twee belangrijke fora. De één staat in Bazel, in de vorm van het hoofdkantoor van de BIS waarvan de centrale banken een soort aandeelhouder zijn. Bij die BIS worden bijvoorbeeld de regels rond banken geformuleerd. Denk aan Bazel 1,2 en 3. Het andere forum is het IMF in Washington, waar meerdere malen per jaar formeel en informeel wordt vergaderd.

Wat nu als de economische bureaus van deze twee organisaties, beide zeer gewaardeerd en in hoog aanzien, zo sterk van mening verschillen over zo’n cruciaal onderwerp? Een schip met tientallen kapiteins is al lastig genoeg, maar ook nog twee stuurlieden die van mening verschillen over de plaats van het noorden? Het zou een zot gezicht zijn, maar er is een ontnuchterende waarheid: wij zijn de passagiers.