Jongste broer Jussen bekoort iets meer

Het niveau van de fraai geprogrammeerde BBC Proms wordt zeker niet gehaald, maar de serie Robeco Summernights biedt de Amsterdamse zomergast wel een muziekaanbod van consistente kwaliteit. Een toegankelijke mix van pop, jazz en vooral klassiek wordt gepresenteerd in een gepimpt Concertgebouw, met sushi aan de bar en roze wapperlinten in de Grote Zaal.

In zo’n omgeving gedijen de broers Arthur en Lucas Jussen: bekend van tv, strak in maatpak, maar muzikaal integer. Driemaal treden ze deze zomer op. Hun lijfstuk, Mozarts Concert voor twee piano’s KV.365, kreeg met de Bamberger Symphoniker gisteren een kenmerkend ingetogen uitvoering.

De adem van de broers lijkt al even gelijkmatig als hun uiterlijk – de solocadens in het slotdeel was fraai eensgezind. Toch komt de jongste broer Arthur (17) tot markanter en delicater spel, waar Lucas (21) wat gewoontjes bij afsteekt.

Bescheiden en met slanke sierlijkheid was de begeleiding van de Bamberger Symphoniker. Vlak daarvóór werd een knallende Ouverture ‘Coriolan’ door dirigent Manfred Honeck afgevuurd. Die dynamische wendbaarheid van het Beierse orkest buitte Honeck maximaal uit in Beethovens Zevende symfonie. Soms ploften de climaxen wel erg plomp op het bord, maar beethoviaans was de roes zeker.