Homo zijn in film mag, maar hou het netjes

Welke homo-, bi- en trans-films moet iedereen zien?

Rainer Werner Fassbinder, Luchino Visconti, Pier Paolo Pasolini, Jean Genet, Chantal Akerman, Pedro Almodóvar, Derek Jarman of Wong Kar-wai, je zult ze allemaal tevergeefs zoeken in de hoogste regionen van de top 175 die het beroemde Amerikaanse gaymagazine The Advocate vorige week publiceerde van de beste homo-, lesbo-, bi- en transfilms aller tijden. Sterker nog, je kunt je afvragen of het lesbische Bound, het regiedebuut van de Wachowski’s toen ze nog broers waren wel zo hoog in die lijst was terechtgekomen als Lana twee jaar geleden niet zo’n geruchtmakende coming-out had gehad als trans-vrouw.

Verder bestaat de toptien, net als de meeste lijstjes die niet speciaal op sekse of gender zijn samengesteld, uit films van mannen over mannen. Brokeback Mountain staat bovenaan, de film van Ang Lee over de homoseksuele liefde tussen twee cowboys in het Wyoming van de jaren 60. De film uit 2005 wist bij zijn première nog steeds controverse op te roepen door het onderwerp, dat ironisch genoeg het restrictieve klimaat in de jaren 60 tot en met 80 ten aanzien van homoseksualiteit liet zien. De eerste niet-Engelstalige film (pas op plaats 47) is La vie d’Adèle, de lesbische stripverfilming die vorig jaar de Gouden Palm in Cannes won.

Het is niet zo dat homoseksualiteit in de filmgeschiedenis nog steeds onzichtbaar is. Eigenlijk heeft het altijd al een rol gespeeld in de cinema, maar vooral als taboe en daardoor gecodeerd en clandestien, zoals de documentaire The Celluloid Closet (op 19 in de lijst van The Advocate) laat zien. De eerste dans tussen twee mannen is net zo oud als de eerste kus. En met name voordat in de VS de beruchte ‘Production Code’ werd ingesteld waardoor de studio’s uit angst voor filmkeuring aan zelfcensuur gingen doen, werden met enige regelmaat films gemaakt waarin bijvoorbeeld mannen in vrouwenkleren optraden en vice versa en ook anderszins de rollen werden omgedraaid of ondermijnd. En ‘gay’ betekende ook in die tijd niet alleen maar ‘vrolijk’.

Een van de eerste vrouwelijke filmmaaksters uit de geschiedenis, Alice Guy-Blaché (1873-1968), wier cruciale rol in het ontstaan van de filmindustrie de laatste jaren een herwaardering krijgt, maakte bijvoorbeeld het uiterst geestige en homo-erotische cowboyfilmpje Algie the Miner (1912) – gemakkelijk te vinden op YouTube – en draaide in haar andere films regelmatig genderrollen om door vrouwen in traditionele mannenrollen op te voeren (inclusief crossdressing) en andersom.

The Advocate-toplijst bestaat vooral uit speelfilms met een traditioneel verteld verhaal. Als er dan al eens een gay-thema mocht van Hollywood, dan toch vooral op een manier die voor hetero’s ook begrijpelijk was. Het verklaart bijvoorbeeld waarom een film als Dallas Buyers Club (2013), met Matthew McConaughey als aan aids lijdende homofobe hetero, zo ver kon komen bij de Oscars, terwijl hoofdrolspelers Jake Gyllenhaal en Heath Ledger hun nominaties voor Brokeback Mountain (2005) niet konden verzilveren, omdat ze in de film redelijk realistische seksscènes speelden. Het was daardoor minder controversieel om dat jaar Philip Seymour Hoffman voor zijn rol als de seksloze Capote te bekronen.

De Amerikaanse filmgeschiedenis kent overigens wel flink wat grensverleggende films als het gaat om queer cinema. Te denken is aan het werk van Andy Warhol, Kenneth Anger, Maya Deren en Barbara Hammer, die met Dyketactics (1974) een van de eerste openlijk lesbische films maakte en veel heeft bijgedragen aan het ontwikkelen en bewustworden van een eigen queer-esthetiek. Maar in de lijst van The Advocate zie je dat nauwelijks terug.