Hij had een erg stevige, grote hand

Elke carrière kent wel een leermeester. Voor fysiotherapeut Nelleke Zijverden (43) is dat Anne van der Zaag (46).

‘Dit had ik nog nooit meegemaakt tijdens een sollicitatiegesprek. En je kon me toch geen groentje noemen in het solliciteren. Ik had op mijn 35ste immers al heel wat succesvolle sollicitatiegesprekken achter de rug, met name voor functies binnen het onderwijs en de zorg. Maar dit gesprek tijdens mijn nieuwe opleiding fysiotherapie, was anders. De man die tegenover me zat, had ik bij binnenkomst de hand geschud: een erg stevige, grote hand. Net als die van mij. Ik heb ook grote handen. Nu zaten we tegenover elkaar en keek hij me vriendelijk aan. De zoveelste verdiepende vraag. Het gesprek werd steeds persoonlijker. Ik vertelde over mijn jeugd. Maar waarom in hemelsnaam? Waarom zat ik over mijn jeugd te vertellen, terwijl ik gewoon een stageplaats bij een fysiotherapeut wilde?

„Later ben ik het gaan begrijpen waarom die man, Anne van der Zaag, zo doorvroeg. Sterker nog, ik heb een deel van zijn methode overgenomen in mijn werk als fysiotherapeut. Na ons gesprek nam Anne me aan als stagiaire. Ik mocht met hem meekijken hoe hij patiënten behandelde. De fysiotherapeuten bij wie ik eerder stage had gelopen keken hun patiënt overdreven gezegd nauwelijks aan, en vroegen meteen naar de pijnklacht. Anne gaf zijn patiënt daarentegen altijd een hand en vroeg dan, terwijl hij oogcontact maakte: ‘Wat brengt je hier?’ Hij was altijd op zoek naar het verhaal achter de klacht, omdat hij daardoor beter kon aansluiten bij de belevingswereld van de patiënt.

„Goed contact maken probeer ik ook altijd, voor zover het bijdraagt aan de fysiotherapie. In mijn praktijk zie ik regelmatig vrouwen met nek- en schouderpijn. Ze vertellen me dat ze eerst een leuke baan hadden, maar toen ze trouwden en kinderen kregen van hun man niet meer mochten werken en nu altijd maar thuis zitten, met veel stress tot gevolg. Anne zou ze masseren, oefeningen geven en uitgebreid met ze in gesprek gaan. Dat doe ik ook, maar ik ga minder ver. Ik verwijs eerder door naar bijvoorbeeld een maatschappelijk werker. Ik houd het vooral bij het lichaam.”