Het is een rammelbak. En tráág! Maar oh, wat rijdt-ie fijn

De Ambassador, zo heet de onverwoestbare auto in India, die lang de enige auto was die je kon krijgen. Hij zuipt als een tierelier en stuurt zwaar. Maar nu gaat hij uit productie en dat is toch wel jammer.

Het gebeurt in het chaotische Delhi geregeld dat je een smal straatje inrijdt en terechtkomt in een file met protserige personenauto’s van het type dat doorgaans voor niemand uit de weg gaat. Eén keer ontspon zich echter een opmerkelijk tafereel. Bestuurders van SUV’s en poenige wagens probeerden verwoed achteruit te rijden om plaats te maken voor één voertuig dat hen tegemoetkwam. Een klein, ouderwets ogend autootje. Crème-wit van kleur, met chromen wieldopjes en grijze gordijntjes voor de achterste zijraampjes. Voorop de motorkap stond met rode plakletters: ‘Government of India’.

De Ambassador, gefabriceerd door Hindustan Motors, is India’s meest geliefde én gehate auto. Nog altijd rijden veel machtige Indiase politici en ‘bureaucraten’ (zoals hoge ambtenaren hier zonder een zweem van ironie worden genoemd) erin rond. Zelfs de gegoede bezitters van dure Audi’s en BMW’s durven niet te spotten met de verouderde wagen. Zelfs als er een minder hooggeplaatste bureaucraat achter de gordijntjes zit, kan die je in grote problemen brengen.

Maar vorig maand staakte Hindustan Motors de productie, er werden in India nauwelijks nieuwe Ambassadors meer verkocht. Ministeries kiezen steeds vaker voor moderne Indiase auto’s, zoals de Mahindra, of de Maruti-Suzuki. Kabinetsleden worden vaak rondgereden in luxe Audi’s. Het ziet ernaar uit dat op termijn een cultuurgoed uit India gaat verdwijnen. Voorlopig zal het klassieke autootje echter nog vaak opduiken in het snel moderniserende Indiase straatbeeld, want de Ambassador staat bekend als onverwoestbaar, hoeveel onderdelen hij onderweg ook verliest.

The Amby, zoals hij liefkozend wordt genoemd, werd in 1957 in productie genomen, gemodelleerd naar de Britse Morris Oxford. Sindsdien veranderde het model nauwelijks. Voor vele Indiërs was de Amby de eerste auto in de familie: een tijd lang, toen de Indiase markt nog potdicht zat voor buitenlandse producten, was het de enige auto die verkrijgbaar was. Hij zuipt als een tierelier, stuurt zwaar en is log. Maar tientallen jaren was de Ambassador hét statussymbool van India.

Over een doorstart doet een onbevestigd gerucht de ronde dat veel Indiërs de rillingen bezorgt: rivaal China zou de productie willen overnemen. Dat is echter zeer onwaarschijnlijk. Een doorstart „slaat zakelijk gezien nergens op”, zei een expert op het gebied van de automarkt onlangs tegen de BBC.

En nu is iedereen er lyrisch over

Nu de Ambassador niet meer wordt geproduceerd, publiceren Indiase kranten lyrische artikelen over de auto. Maar niet iedereen is verliefd op de Amby. „Het is een rammelbak”, vertelt een Britse analist van een mensenrechtenorganisatie. „En tráág.”

„Dat is niet waar”, zegt Srikanth Chakrabarty (57), een beetje beledigd. „Ik heb een keer ruim honderd kilometer per uur gehaald op een snelweg buiten de stad!” Hij is de trotse eigenaar van een verweerd zwart exemplaar uit 1967. Hij kan zich nog herinneren dat hij met zijn ouders de splinternieuwe auto ging ophalen bij een chique autodealer. „De Ambassador werd gezien als een zeer luxe auto.”

Hij maakte zo veel indruk op Chakrabarthy, dat hij vanaf dat moment een doel had in het leven: zélf de bezitter worden van zo’n Amby. Hij was toen tien jaar. „Ik had niet durven dromen dat ik de auto van mijn vader kon overnemen. Ik heb er zo veel goede herinneringen aan – soms ruik ik weer de wierook van de tempels waar we met het hele gezin naartoe reden.”

Maar hij geeft toe, zijn auto heeft vaak mankementen. „De radiator lekt en we hebben een paar keer een oververhitte motor gehad.” Minder handig is ook de onnauwkeurige benzinemeter. „Ik heb vaak met een lege tank langs de weg gestaan. Het leek wel of de meter steeds onbetrouwbaarder werd.”

Maar zelfs de grootste Amby-haters moeten toegeven dat de achterbank van de Ambassador fenomenaal is. „Tijdens lange ritten met mijn ouders sliepen wij op de achterbank. Hij ligt heerlijk. En er is zoveel beenruimte achterin, dat we er probleemloos koelboxen met eten en koude drankjes konden installeren, zelfs als we passagiers hadden.”

Het was diezelfde achterbank die het beroemde Britse autoprogramma Top Gear ertoe bewoog de Ambassador hoog in de ranglijst van beste taxi’s ter wereld te plaatsen. Bovendien won de Amby met verve Top Gears taxirace, waarbij op een Formule 1-circuit plaatselijk geproduceerde taxi’s uit verschillende landen het hotsend en botsend tegen elkaar opnamen. India won niet op snelheid, maar op robuustheid. Zelfs midscheeps geramd worden leek de Amby niet te deren.

„Dit model is zó mooi, sommige klanten raken er niet over uitgepraat”, zegt taxichauffeur Ajit Singh (65). „Ze stellen me de gekste vragen. Of ik hem in Londen heb gekocht, of-ie net zo zwaar is als een pantserwagen. Dat is een verzonnen verhaal. Soms zeg ik: dat klopt”, zegt hij giechelend door zijn lange grijze baard heen.

Niet alle klanten zijn blij als Singh komt voorrijden. „Nu doen veel Indiërs sentimenteel, alsof dit een verlies voor de natie is. Maar hoe vaak hoor ik niet: waarom kom je me halen met zo’n oude bak? Klanten zijn bang dat hij onderweg stuk zal gaan. Soms hoop ik stilletjes dat iets het begeeft als ik zo iemand achterin heb.”

Het is niet makkelijk meer aan onderdelen te komen, vertelt Ajit Singh. „Dat kan in [miljoenenstad] Delhi maar op vijf plekken. Blijkbaar is er weinig vraag naar.” Maar dat, weet hij, zal spoedig veranderen nu Delhi’s Ambassador-vloot alleen nog maar kan verouderen.