Het Engelse keepie-uppy

Ziekenhuisbal, schwalbe, stofzuiger: voetbal heeft zijn eigen taaltje. Wat betekenen die begrippen? Vandaag: keepie-uppy.

We zouden het hier over het Portugese woord embaixadinhas kunnen hebben: mooi, sierlijk. Of over het Finse jalkapallon pomputtelu: springerig, olijk. Of over het Japanse rifutingu: klinkt als een vechtsport. Het betekent allemaal hetzelfde: de bal met voet, knie, borst en hoofd zo lang mogelijk in de lucht houden.

Maar soms legt esthetiek het af tegen kinderlijke vrolijkheid, en dus gaat het hier over hoe de Engelsen dat hooghouden noemen: keepie-uppy.

Doorgaans is keepie-uppy niet bedoeld voor tijdens de wedstrijd; het is meer een trucje voor in het circus of op straat, zoals jongleren. Hooghouden tijdens een officiële wedstrijd wordt doorgaans als een vernedering van de tegenstander gezien.

Wij Nederlanders denken dan het eerst aan Richard Witschge, die in 1997 voor Ajax tegen een kansloos Feyenoord (4-0) het middenveld overstak terwijl hij de bal negen keer hooghield. En aan Gerrie Mühren, die in 1973 uit bij Real Madrid achteloos, zoals hij het zelf noemde, „het balletje een paar keer hooghield”.

In Engeland zullen ze beginnen over een sterk staaltje keepie-uppy uit 1967, toen Jim Baxter het voor Schotland tegen Engeland deed. Hij werd daarna, net als Witschge in 1997, arrogant genoemd.

Of het nu arrogant en respectloos is of niet, met het woord kun je iedere zin opfleuren. Alsof je er een slinger in hangt. Zoals hier, over Everton - Arsenal (3-0) van afgelopen seizoen: ‘By the end of an utterly one-sided contest, Everton were showboating with Seamus Coleman dancing down the touchline doing keepie-uppy.’

Voetbal is een feestje als je het zo beschrijft.