En nu even iets heel anders

And now for something completely different. Er was rap, er was grootschalige showdance, er was de populaire komiek Stephen Fry en nog zowat gastoptredens, elementen die in de jaren 70 in de tv-shows ontbraken. Er ís Monty Python. John Cleese, Eric Idle, Terry Gilliam, Michael Palin en Terry Jones geven, min de overleden Graham Chapman, tien shows. De tiende bereikt via satellietverbinding naar de bioscopen meer dan honderd landen.

Monty Python’s Flying Circus was de titel van de legendarische televisieshows (1969-1974) die bestonden uit nadrukkelijk onsamenhangende sketches. Wat was het geheim? „We zagen af van de punchline” en dat leidde tot nog begenadigder waanzin.

Mannen op leeftijd die met ouwe hits voortjakkeren op vergane glorie. Natuurlijk anticipeerden de Pythons op dat beeld. In een promotiefilmpje voor hun shows lieten ze Mick Jagger schamper reageren. Uitgerekend Jagger, de man die van geen ophouden weet. Maar ook de man die niet te beroerd is om zijn eigen concerten uitgestreken aan te duiden als ‘dead parrot sketch’.

Het is een geschenk dat een hele zwik oude helden nog zo nodig moet optreden. Eenmalig, of zonder ophouden. Om het geld of uit eerzucht. Het doet er allemaal niet toe. Het kan mis gaan – Elvis Presley on stage had op het einde nog maar weinig feestelijks. Maar The Eagles, Dolly Parton, Leonard Cohen, Debbie Harry, Charles Aznavour, Tom Jones, en in Nederland The Nits en Freek de Jonge – ze zijn in staat zich te vernieuwen zonder afbreuk te doen aan hun verleden en ze beschikken over een gigantische podiumkwaliteit. Moeten ze dat voor zichzelf houden alleen omdat ze oud zijn?

Hun fans beslaan generaties, ook die van Monty Python. Jonge mensen citeren lappen van hun teksten en liggen dubbel. Ontlezing? Misschien. Maar het spelen met de macht van de taal is onveranderd aantrekkelijk. De Pythons gelden als klassiekers. Het absurdisme leeft en dat is goed nieuws.

Nudge nudge wink wink.